Inmiddels is het een grote hit, het boek van Rutger Bregman dat het beeld van de mens als roofdier ontmythologiseert. Waarom willen we zo graag geloven in de slechtheid van de mens? Is het uit gemakzucht zoals Bregman suggereert? Lisette Thooft denkt aan iets anders: op de een of andere manier ontlenen we een vreemd soort plezier aan verhalen over angst, gevaar en destructie?