In een opwelling van autobiografische herbronning keert Eric Corsius terug naar twee idolen uit zijn jeugd: Kuifje en Jacques Brel. Beiden blijken personages met twee gezichten. Naast Hergés eurocentrisme bestrijdt Kuifje óók de westerse grondstoffenroof; en Brel liet, ondanks zijn cynisme over het geloof, de hoop en de liefde nooit varen. "Brel gelooft dat we de menselijke goedheid altijd kunnen vinden, als we maar goed zoeken."