Ik ben mijn hele leven geboeid door de mystieke Islam, het soefisme. Dat was dankzij mijn moeder, die in de laatste tien jaar van haar vijf decennia durende leven dit mystieke pad was opgegaan. Door haar ben ik thuisgebracht in het gedachtengoed en de praktijken van deze mystieke weg.

Toen ik als negentienjarige vluchteling huis en haard in Iran heb moeten verlaten moest ik ook deze oude zielsgrond onder mijn voeten achter mij laten. Ik moest mijn aandacht volledig richten op Nederland. Het kind van de bergen moest zich wortelen in natte moerasland. Het leven van een vreemdeling is duizelingwekkend intensief en daarom tolereerden die eerste jaren het terugkijken in nostalgie niet.

Derwisj dans

Een lieve, oudere Nederlandse kunstenares uit Vlaardingen kwam op mijn levenspad. Ze heette Maryam Linders en was door de derwisjen van Konya in het soefisme ingewijd. Maryam kon als geen ander meesterlijk doch bescheiden de derwisj dans in betekenis en beweging naar het hier en nu vertalen. Haar liefde voor Rumi en haar passie voor de weg van de derwisjen ontstak bij mij opnieuw het vuur van verlangen naar de mystieke islam. Ik keerde terug op het eeuwenoude mystieke pad van mijn moederland. 

Dankzij Maryam ontmoette ik mijn wijlen soefi meester uit Isfahan, die in ballingschap leefde in Rotterdam, de stad waar ik toen woonde. Ik was inmiddels 33 jaar oud en ruim twee decennia na dato hebben de lessen van deze meester nog steeds veel invloed op mijn leven. Een meester die de waarde van iedere leerling zag, een relatie die fragiel en telkens uniek is.

In het Perzisch (en diverse ander talen) spreekt men niet over meester maar over “Pir”. Het betekent letterlijk ‘de grijsaard’.  En men spreekt niet van leerling of volgeling maar “salek” - hij die op weg is en een zoektocht onderneemt.

De kleur zilver

Pir staat figuurlijk voor iemand die een lange innerlijke reis heeft gewandeld. In metaforisch opzicht associeer ik het woord met de kleur zilver en het licht van de maan. Het is een heimelijk licht en een magische metafoor in alle oude beschavingen. Rumi zegt in een van zijn gedichten uit zijn poëtische meesterwerk Divan é Shams:

Ik ben de volgeling
van de maan
In het teken
van de heimelijke hemel
de taal van het maanlicht
krijgt betekenis
mijn bestaan

De Pir, de grijsaard, is opzoek gegaan naar dat heimelijk inzicht, en teruggekeerd in de zilveren kleur van het maanlicht. Hij draagt in zich de diepste geheimen van het Zijn en hij is erop gebrand om deze met de juiste zielsverwant te delen. De Pir is teruggekeerd van het innerlijke universum om de juiste salek te zoeken en op weg te helpen naar zijn eigen authentieke inzicht, zijn eigen maanlicht, zodat deze als de volgende Pir kan terugkeren. Zo blijft de magische keten van meesterschap in het soefisme voortbestaan, door de eeuwigdurende ontmoetingen tussen de Pir met zijn salek. Voor de Pir is het vinden van de juiste salek het sluitstuk van zijn eigen innerlijke reis. Het ultimum en het enige motief om het aardse leven nog niet in te ruilen voor het eeuwige.

Zoektocht van Shams

De Pir van Rumi heette Shams. Het verhaal van de finale zoektocht van Shams naar Rumi illustreert op een prachtige manier de drijfveer van elke Pir om zijn juiste salek te vinden. Volgens de overlevering zocht Shams, de mysticus uit de majestueuze stad Tabriz, in heel Perzië, Anatolië, het Midden-Oosten en Klein Azië, tot aan het westen van India naar zijn doel. De dwaze wijze werd langzaam maar zeker een grijze wandelaar. Maar wat hij zocht vond hij maar niet. Op een dag, na zijn avondgebed in een ruïne midden in een dorre woestijn, richtte hij zich tot de hemel en riep:

“Oh Heer, heel mijn volwassen leven zoek ik naar die ene. Die ene die de inzichten, die U mij hebt geschonken heeft, begrijpt. Die ene die mijn vuur en vaandeldrager wil zijn. Degene die mij verlost van mijn eenzaam geheim. Maar de mensen lijken mij niet te verstaan. De dansende golvende extase, de dans tussen dag en nacht, eb en vloed, opgaan en ondergaan, leven en dood, zien zij niet. Alles wat hen bezighoudt is hun hebzucht en hun huivering. Zich vastklampend aan bevrediging van hun lusten. En altijd vluchtend voor de lasten, voor de pijn voor het verdriet. Waar is degene gebleven met wie ik dansend in uw vuur kan opgaan? Degene met wie ik de smaken van pijn vieren kan als hemelse wijn. Oh wijze Heer van hemel, verlos mij van dit spel. Laat mijn aards leven hier in deze ruïne tot een einde komen en schenk mij mijn lang verwachte zielsverwant, de deelgenoot van mijn geheim, mijn metgezel in uw festijn.”

Liefdesvuur

Volgens de overleveringen arriveerde Shams de ochtend daarna in de Anatolische hoofdstad van de Turkse Seltsjoeken, in Konya. Daar hoorde hij een jonge theoloog met een zachte gezichtsuitdrukking en met de bijnaam Rumi preken. Maar zijn klanken waren die van een muzikant en zijn intonaties hadden de cadans van een poëet. Shams voelde zijn hart dansen op het ritme van Rumi’s preek. Allah had Shams’ gebeden gehoord! Zijn wens was in vervulling gegaan. Hier, hier in Konya, vond hij eindelijk zijn lang gezochte zielsverwant.

Jaren later, toen Shams het aardse verruilde voor het hemelse, en Rumi als jonge preker inmiddels een mysticus en een wervende poëet was geworden, verscheen de eerste gedichtenbundel van Rumi. De bundel heette niet Divan e Rumi, de gedichtenbundel van Rumi, maar het heette Divan e Shams.

De machtige Sultan der Seltsjoeken ontving een exemplaar van de bundel. Een van zijn ministers vroeg minachtend: “Wat heeft dit te betekenen? Waarom geeft onze jonge, wijze theoloog zijn eerste dichtkunst de naam van een oude, dwaze asceet?” Het antwoord kwam van de Sultan zelf en was even fel als logisch: “Zwijg, minister! Spreek niet over zaken die je niet begrijpt. Rumi is slechts de vaandeldrager van het liefdesvuur dat Shams hem schonk.”

Vond u dit artikel waardevol? Trakteer ons dan op een kopje koffie! Doneren kan via deze link.

Shervin Nekuee is socioloog, columnist, programmamaker en schrijver van De Perzische Paradox: Verhalen uit de Islamitische Republiek Iran (uitgeverij de Arbeiderspers 2006). Hij schrijft maandelijks voor Volzin over mystiek, persoonlijk geloof en zijn Iraanse wortels.