Zomervakantie. Na maanden waarin ons lijf bedolven was onder dikke truien en jassen, kruipt het nu bleekjes tevoorschijn in het zonlicht. Het loopt langs de zee, wiebelt op een surfplank, pakt een ijsje, winkelt in een vreemde stad, kietelt de kinderen of de reisgenoot in de tent. Daarvan knapt een mens op, âde vakantie heeft me goed gedaanâ, zeggen we dan als we thuis weer lichaamslauw voor het computerscherm zitten.
Bevrijd van ons gewone denkerige bestaan, landen we in de zomer meer in ons lichaam. We waren het even vergeten, maar we hebben niet alleen een lijf, we zijn het ook. Het Engels vertaalt het woordje âiemandâ dan ook met âsomebodyâ: een of ander lichaam.
God blijkt verzot te zijn op lichamen. Hij is âvleesâ geworden in Jezus van Nazareth, vieren we met kerst. Dat waagstuk is hem zo goed bevallen dat hij alle remmen los heeft gegooid. God moet en zal een lijf worden en wil door onze ogen kijken naar de glinsterende zee, met onze handen de koele muren van een kerk betasten, met onze voeten dansen in de regen, met onze oren de bomen buiten de tent horen ruisen.
Het winterse kerstfeest wordt vooral gevierd in de zomer. Open en bloot wordt God een lichaam met een licht verbrande huid. Daarvoor moet hij wel ons lijf overnemen, dat spreekt vanzelf. Waarom wil hij dat? Uit liefde, zeggen de mystici. Verstandig als wij zijn, geven we ons niet zomaar gewonnen. Dan zet hij een achtervolging in om ons tot overgave te bewegen. De Britse dichter Francis Thompson beschrijft hem als de âhemelhondâ die, tong uit de bek, dag en nacht achter ons aan zit. En de Spaanse popster RosalĂa zingt op haar album Lux: âDios es un stalker.â Hij vraagt, nee, smeekt om onze overgave.
Vandaar de vreemde onrust die je soms op het strand kan overvallen, terwijl de oneindige zee aan je tenen likt. Overgave is eng, want waar blijf je dan, waar blijft je controle? Maar is controle niet een illusie, nader bekeken? In hoeverre beheersen we eigenlijk ons lijf? Ons hart klopt totaal buiten onze wil om; onze darmen verwerken soeverein de slakken die we in een pittoreske bistro hebben gegeten.
Ik kan het mis hebben, maar ik vermoed dat de zomer één grote goddelijke list is. Bij het ontwerpen van de wereld moet hij zich op zijn eeuwige hoofd hebben gekrabd, zich afvragend hoe hij ons tot overgave zou kunnen verleiden. Toen kwam hij op het briljante idee van de zomer als een laagdrempelige oefening in overgave. In de trant van: laat maar los, pel je lijf uit al die dikke dassen en truien, voel het korrelige zand onder je blote voeten. Zie je wel, je kunt het, iedereen doet het, kijk maar naar al die files op weg naar het strand, overgave is niet eng.
Laat je vertrouwde routine van huis en werk achter en stort je in het onbekende. Geef je liggend op het strand over aan de warme zon, plons in de golven en merk dat het water je draagt, loop door een oude ruĂŻne of onder een klif en ontdek dat de stenen (hopelijk) niet op je hoofd vallen. Zie je wel? Je vergeet jezelf, je vergeet de klok, want je raakt even aan de grote zomer die eeuwigheid heet.
Madeleine DelbrĂȘl was in de vorige eeuw een atheĂŻst, totdat ze bezweek voor God. Ze werd een mystieke dichter en werkte als hulpverlener onder de arme gezinnen van Parijs. Ze wilde niet âChristus navolgenâ, want dat zou algauw inspannend getob worden. Nee, ze wilde op zomerse wijze âChristus zijnâ â gewoon lijfelijk âzijnâ, met huid en haar. Ze bad:
God, help ons het leven te leven
niet als een schaakspel waar alles berekening is
niet als een wedstrijd waar alles moeizaam is
niet als een probleem waarover we ons het hoofd breken
niet als een schuld die uitstaat
maar als een feest, als een bal, als een dans in de armen van jouw genade.
Jean-Jacques Suurmond is theoloog, coach, supervisor en publicist. Afgelopen najaar verscheen bij uitgeverij Skandalon zijn boek voor coaches en pastores: Zin in een goed gesprek.
Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.



