Sommige kinderen maken een ongelukkige start in het leven door armoede, verwaarlozing, of uithuisplaatsing. Dat het met deze kinderen niet altijd verkeerd afloopt, bewijst het boek over Jan Prins. Na een jeugd in pleeggezinnen en een gesticht voor verstandelijk gehandicapte en moeilijk opvoedbare kinderen doorloopt hij het gymnasium, studeert theologie, wordt priester en uiteindelijk monnik.
Door Marinus van den Berg
Kan het nog goed komen met een mens als je vanaf het eerste begin ongewenst was? Als je verwaarloosd werd, emotioneel en lichamelijk ondervoed? Als je lijfstraffen onderging in internaten en pleeggezinnen? Als er bijna nergens een veilige schuilplaats was? Word je dan later een wilde zwaan die niet wil dat iemand in de buurt komt, die ieder die dichterbij komt schrik aanjaagt? Of wordt je crimineel of iemand die later anderen gaat pesten en vernederen? Kan er nog wel een goed leven openbloeien en wat is dan goed?
Enorm veel mensen lazen het boek Judas van de zus van Holleeder? Wat zochten ze in dat boek? Er zijn ook nu nog kinderen die opgroeien in armoede. Kinderen die zonder ontbijt op school komen. Hier in mijn stad Rotterdam woont Vanessa Umboh die zich het lot van deze kinderen zeer aantrekt. Indrukwekkend zijn ook de verhalen van Marco Faassen die op de jaarkalender Bloei staan met verhalen van kinderen in zeer kwetsbare wijken in Rotterdam. Die kalender bewaar ik op het eind van het jaar vanwege de verhalen en de foto’s. Hoe zal het later toch gaan met een kind dat nu in zeer ongewenste omstandigheden opgroeit?
Wonderlijk levensverhaal
Het antwoord zullen we pas later weten en het zal per persoon verschillen. Het lijkt me zaak het vertrouwen en de hoop niet te snel op te geven. Het leven kan wonderlijk anders verlopen dan soms gevreesd wordt. Dat schrijf ik hier vanwege het juist verschenen boek Broeder Johannes. Een trappist met een wonderlijk levensverhaal.
We studeerden ooit aan dezelfde katholieke theologische faculteit in Utrecht. Maar of ik deze broeder, zo een vijftig jaar geleden, ooit ontmoet heb, weet ik. Het waren andere tijden. Hij is van 1938 en ik van 1947. Hij noemde zich toen Jan Prins. Niet zijn eerste naam. Hij had al heel wat achterstand opgelopen en moet een van de oudere studenten geweest zijn. Maar nu ontmoet ik hem in dit autobiografische boek, geschreven met hulp van Nathalie Lans.
Het is een verhaal dat me van het begin tot het einde heeft meegenomen. Over een kind dat bij zijn ouders werd weggenomen en nu gastenbroeder is in de trappistenabdij van Berkel Enschot. Een boek ook over God en de kerk als schuilplaats, als krachtbron, als bescherming in een zeer onveilige wereld. Ondanks de onveiligheid die er in zijn jeugd was door de handen van enkelen voor wie men eerbied moest hebben. Het boek leest als een spiegelverhaal en zal langer in mij doorwerken dan de leestijd. Het boek is ook een appél: dat er schuilplaatsen blijven waar je kwetsbaar als een mens kan zijn veilig bent en getuigen van de belangeloze Liefde. Het is een roep om mensen die als schuilplaatsen zijn, opdat de kwetsbare tak verrassend kan openbloeien, zoals een tak die ik enkele weken geleden kreeg. Dit boek is een wonder van openbloeien en bovendien mooi vorm gegeven.
Nathalie Lans, Broeder Johannes, Een trappist met een wonderlijk levensverhaal, Scriptum, 199 blz., € 19,90.
[box type="shadow"]
Een zinvolle wending

[/box]



