Sommige kinderen maken een ongelukkige start in het leven door armoede, verwaarlozing, of uithuisplaatsing. Dat het met deze kinderen niet altijd verkeerd afloopt, bewijst het boek over Jan Prins. Na een jeugd in pleeggezinnen en een gesticht voor verstandelijk gehandicapte en moeilijk opvoedbare kinderen doorloopt hij het gymnasium, studeert theologie, wordt priester en uiteindelijk monnik.