Dat de nogal gangbare postmoderne relativering van de waarheid ook op grenzen stuit, bleek onlangs toen een minister moest aftreden vanwege een pragmatisch leugentje om bestwil. Waarheid doet ertoe. In deze beschouwing staat filosoof Emanuel Rutten, in navolging van Wittgenstein, stil bij een bijzonder aspect van de waarheid: de niet-feitelijke waarheid. Het gaat om een waarheid die zich aan de greep van de taal onttrekt, maar zich niettemin toont. Voor Wittgenstein was juist deze waarheid de belangrijkste. In wat zich ontegenzeggelijk toont, toont de werkelijkheid zelf zich als 'meer' dan het letterlijk zegbare.