Empathie is een ingewikkeld woord. Inlevingsvermogen. Het meevoelen met die ander. Als Jood ben ik verbonden met alles wat er zich in Israël afspeelt. Over de mooie zaken voel ik een zekere trots. Over wat er fout gaat, maak ik mij zorgen.
Onverschilligheid in verbondenheid bestaat bij mij niet. Het is oorlog. Nog steeds die vreselijke oorlog. Oorlog betekent verdriet, onmacht, boosheid, radeloosheid. Dit zijn allemaal gevoelens waarmee ik me verbonden voel, deelgenoot ben van de oorlog. De oorlog die eigenlijk al honderd jaar duurt.
Maken deze gevoelens mij tot zionist? Die vraag stel ik mijzelf niet. Een seculiere zionist ben ik niet. Ik geloof in een Godsplan. Seculiere zionisten hebben geen ruimte in hun agenda gereserveerd voor een Allerhoogste die de wereld aanstuurt. Ben ik een religieuze zionist? Weinig heb ik met de Groot-Israël-gedachte die binnen dit segment van zionisten gepredikt wordt.
Waar sta ik dan wel? Voor mij is de terugkeer van de Joodse gemeenschap uit de diaspora verbonden met een Messiasbeeld vanuit mijn Joodse traditie. Een Verlosser die ons allemaal meeneemt, terug naar het Bijbelse Israël waar het Koningshuis van David opnieuw zal worden ingericht, een Tempel in Jeruzalem zal worden herbouwd. Dat is een toekomstbeeld dat weer helemaal niet past binnen de plannen van de staat Israël anno 2025. Dus weinig hedendaagse zionistische sentimenten bij mij.
Hoe zit dat dan met mijn empathie als het gaat om de Israëlische kant van de oorlog nu? Het nieuws volg ik van uur tot uur. Ik lees de berichten over de wanhoop van de families van de gijzelaars die maar niet te weten komen of, wanneer en welke mensen vrij komen. Over de onvoorstelbare pijn over die honderden gesneuvelde jonge soldaten. Over de overlevenden van het bloedbad op 7 oktober 2023.
Over de angsten die duizenden families met vaders, broers, kinderen aan het oorlogsfront van minuut tot minuut uitstaan. Met dit alles leef ik intens mee. Het bepaalt dagelijks het gesprek bij mij thuis. Een aanzienlijk deel van de Joodse gemeenschap hier maakt zich ontzettend veel zorgen over het ‘opkomend antisemitisme’. Keppels op straat zijn ‘levensgevaarlijk’, kettinkjes met davidsterren worden angstvallig onder de trui weggestopt, de hel van een confrontatie met voetbalhooligans wordt uitgeroepen tot een pogrom.
Nog eventjes en dan haalt het woord ‘antisemitisme’ het woord ‘polarisatie’ in als meest gebruikt Van Dale-woord van dit jaar. Daar liggen voor een groot deel de zorgen van mijn gemeenschap. Om de haverklap zitten wij Joden bij de minister-president of op lokaal niveau bij de burgemeester aan tafel. De beveiliging moet worden opgeschroefd. In het publieke debat wordt bij het minste of geringste een soort ‘antisemitisme’troefkaart getrokken. Ja, dan wordt het stil. Degene met een andere mening tegenover mij, zwijgt dan maar. En de overheid, ook al bang voor dat woord, levert dan maar.
Ik, wel of geen zionist, weet maar één ding: de gedachten aan wat er zich nu allemaal afspeelt binnen de grenzen van dat land Israël aan leed, verdriet, angst en onzekerheid laten bij mij nauwelijks enige ruimte voor welk soort bezorgdheid, kommer en kwel over die Jodenhaat die er altijd al was en die er vanzelfsprekend ook nu binnen de verkeerde kringen in ons land is. Dan heb ik het nog helemaal niet over het totale beeld van oorlogsleed in en rond Israël, Gaza en de overige Palestijnse gebieden.
Empathie is een ingewikkeld woord. Inlevingsvermogen laat zich moeilijk omschrijven. Mijn verbondenheid met geloofsgenoten in Israël betekent niet dat ik onverschillig ben voor de beelden die mijn geloofsgenoten projecteren op de niet-Joodse gemeenschap in Nederland. Beide realiteiten bestaan naast elkaar. Ik heb empathie voor - en ben verbonden met - beide realiteiten