“Spiritualiteit is geen rozig sausje over ons leven, maar een bestaansvoorwaarde om de wereld om ons heen serieus te nemen. Daarvoor moeten we schijntegenstellingen doorbreken tussen mensen, andere dieren en alles om ons heen”, aldus Stephan Huijboom, filosoof en opiniemaker bij Apostolisch Genootschap, over een van zijn favoriete boeken ‘Het verlangen naar zin’ van Hans Alma.
Door Cees Veltman
“Van mij had dit boek van Hans Alma wel mogen winnen als het beste spirituele boek van 2021. Nu is zij er alleen maar voor genomineerd geweest. (Mirjam van der Vegt won met ‘De kracht van rust’, red.). Alma bakent een specifieke vorm van zin af. Zij heeft het niet over betekenisverlening in brede zin zoals vaak in de filosofie centraal staat, en ook niet over strikt geestelijke spiritualiteit in smalle zin. Zij heeft het over een sterk lichamelijke ervaring van zin die in verbinding met anderen ontstaat. Zin wortelt in onze dagelijkse ervaring en komt actief tot stand. Dat spreekt mij aan omdat Alma daarmee openingen biedt om schijntegenstellingen en valse beelden te doorbreken.
Alma kijkt met een frisse blik en verkent een andere levenshouding die gericht is op de unieke kwaliteiten van de ander, of dat nou een ander wezen of een ding is. Ze laat zien dat we tegenwoordig onbewust een sterk instrumentele blik hanteren in ons leven: wat kunnen we gebruiken, waar kunnen we winst mee maken? Alles moet nu haastig en bijna alles moet voor geld. Die instrumentalisering is haast totalitair geworden, want we zien vaak niet eens meer dat we op een heel specifieke manier kijken. Dat vind ik problematisch.
Het probleem van instrumentalisering is behoorlijk omvattend, wat blijkt uit ons dagelijkse taalgebruik. Termen als ‘onkruid’ of ‘heg’, zijn geen neutrale termen, maar komen op een instrumentele manier tot stand. Het gaat dan niet om de planten zelf, maar om onze eigen behoeften, om wat wij denken mooi te vinden. ‘Onkruid’ is een negatief geladen term die wij aan plantjes geven die we als ongewenst hebben gelabeld. Ze moeten met wortel en al uit de grond getrokken worden en de plant die we ‘heg’ noemen, moet worden gesnoeid, omdat we dat zelf mooier vinden of omdat de gemeente dat van ons eist. Maar het is goed ook te beseffen dat het wel gaat om levens die nu eenmaal ergens op een bepaalde manier wortelen, groeien en bestaansrecht hebben.
Spiritualiteit is geen rozig sausje
Alma zegt dat spiritualiteit niet zomaar een rozig sausje is over ons leven, maar een bestaansvoorwaarde om de wereld om ons heen serieus te nemen. Het is hard nodig dat we op zoek gaan naar vormen van spiritualiteit die aansluiten op de urgente problemen van de menselijke en de bredere ecologische wereld waar we onderdeel van uitmaken. Je kunt haar boek als een oproep tot maatschappijverandering beschouwen, maar daar gaat een belangrijke stap aan vooraf: het aandachtig aanwezig maken van al het wezenlijke wat ons omringt in onder andere de natuur.
Alma laat die veelvormige wezenlijke aanwezigheid zien, voorbij allerlei valse beelden ervan. Daar kun je je voor openstellen en je kunt je erdoor laten raken. Dat kan betekenen dat je anders gaat leven omdat je radicaal in verbinding treedt met je omgeving. Zo is het bij mij ook gegaan. Dan wil je, en kun je niet meer leven zoals je een jaar of tien geleden leefde. Je kunt het niet meer voor jezelf verantwoorden. Dat begrip verantwoorden wijst overigens al op een antwoord geven op de stille roep van de ander.
In haar boek doorbreekt Alma allerlei schijntegenstellingen. Neem het onderscheid dat gemaakt wordt tussen mens en dier bijvoorbeeld. Dat is een opmerkelijk onderscheid, want wij zijn natuurlijk zelf dieren, mensapen, en daarmee onderdeel van het dierenrijk. Dus als je het hebt over ‘dieren’, in plaats van ‘andere dieren’, plaats je jezelf buiten het domein van ‘de dieren’ en ga je waarschijnlijk anders met ze om. Je benadrukt dan een vermeend verschil, in plaats van de verbinding. Een ander voorbeeld vind ik: het gepraat over autochtonen en allochtonen. Dat onderscheid gaat bijna uit van een soort Blut und Boden-theorie, en wordt daarom gelukkig ook sterk bekritiseerd.
Religieus en seculier
Inspirerend vind ik dat Alma het onderscheid tussen religieus en seculier relativeert. Het kan namelijk heel productief zijn de overlap tussen beide te benadrukken. Je kunt geraakt worden door iets dat jou transcendeert, op een aardse manier. Dat kan een mens of een ander dier zijn, een bos, kunst, een koraalrif, een afbrokkelende gletsjer, noem maar op. Je kunt daar een enorm ontzag bij ervaren of een golf van warmte. Die ervaring kun je seculier interpreteren, maar ook religieus. Kijken wat daarin overeenstemt, is heel zinnig. Dan vind je misschien ook gemeenschappelijke grond om ergens voor in actie te komen. Dat kan een basis vormen voor een gedeeld urgentiebesef van waar het werkelijk om gaat in het leven. Laten we zo de verbinding zoeken met elkaar. En met andere dieren, planten en zelfs met ecosystemen.
Die verbinding is hard nodig. We zitten momenteel opgescheept met een economisch systeem dat veel leven op aarde verwoest. We laten ons uit elkaar spelen en laten ons leiden of meevoeren door dat economische systeem. Dat kan anders. Ik vind dat sommige bedrijven in hun huidige vorm dienen te verdwijnen, zoals Shell, zoals alle fossiele brandstofbedrijven. Snel genoeg omschakelen naar milieu- en klimaatvriendelijkheid kunnen zij simpelweg niet zelf, omdat ze vastzitten in een zelfstandige, economische logica die hun trage tempo bepaalt. Ze kunnen en zullen niet zeggen: we gaan zelfstandig zestig procent van onze voorraden afschrijven. Toch is dat wel noodzakelijk. Waarom zou de samenleving daar dan niet het laatste democratische woord over mogen hebben?
Lakmoesproef voor spiritualiteit
Wat Alma schrijft over planten, vind ik nog interessanter dan het gedeelte over dieren. We hebben nu een carnistische cultuur: dieren worden gebruikt als instrument voor menselijke doeleinden. Planten erbij betrekken, gaat een stap verder. Als je de term inspiratie letterlijk neemt, zijn planten en bomen de meest inspirerende wezens op aarde. ‘Inspirare’ betekent immers inblazen: precies wat zij doen: zuurstof produceren waardoor wij kunnen ademen.
‘Inspirare’ betekent ook bezieling. Of iets inspireert, moet altijd blijken en staat niet bij voorbaat vast. Daar heb je de ander voor nodig. Daarom is het zo belangrijk die ander aandacht te geven en bij die ander te beginnen. Niet bij jezelf. Als je alleen maar vertrekt vanuit jezelf, zonder daarbij de ander te betrekken, zul je nooit werkelijke inspiratie vinden.
Wij zijn ingebed in door en door relationele netwerken die veel breder zijn dan alleen maar menselijke netwerken. Daarom zie ik de ecologische crisis, waar de coronacrisis onderdeel van is, als een lakmoesproef voor spiritualiteit. We moeten ons er eenvoudigweg toe verhouden. Als we dat niet doen, gaan er dingen gebeuren die niemand wil. Niemand wil dat binnen enkele decennia het leven in de oceanen voor een groot deel ineenstort. De wereld schreeuwt ons toe dat de manier waarop wij met elkaar en het bredere leven op deze planeet omgaan, volstrekt niet duurzaam, niet houdbaar is.
Mede daarom is mijn persoonlijke houding en denken radicaal antikapitalistisch. Het kapitalistische systeem bestaat pas een paar eeuwen. Het is ontstaan uit een feodaal systeem van landheren en horigen, dat in de loop der tijd wel werd omgevormd, maar waaruit ongelijkwaardige en hiërarchische verhoudingen voor een belangrijk deel zijn overgenomen. Werknemers menen misschien dat ze in een democratie leven, maar ze zeggen nog steeds ‘baas’ tegen iemand. We hebben nu een wooncrisis: veel mensen wonen in onbetaalbare huizen van huisbazen. En of je nu koopt of huurt, je wordt uitgemolken. Als je in de problemen raakt, en niet kunt betalen, word je zelfs je huis uitgezet. Dat is toch hartstikke autoritair? Daar werd tot voor kort nauwelijks over gesproken.
Historisch beschouwd is het volstrekt uniek dat de overgrote meerderheid van arbeiders hun arbeidskracht, hun vermogen om arbeid te leveren, moet verkopen op een arbeidsmarkt om in hun levensonderhoud te voorzien. Die situatie zal op termijn ongetwijfeld wel verdwijnen, maar we beschouwen het nu nog als iets volkomen normaals. We kunnen wel zeggen te willen stoppen met de ratrace, maar dat kun je uiteindelijk niet in je eentje volhouden. Dat kunnen we alleen als we samenwerken en het met z’n allen doen als gemeenschap.
Ecologische noodzaak
Ook de ecologische noodzaak tot transformatie mag inmiddels duidelijk zijn. De rijke landen moeten de CO2 uitstoot met ongeveer tien procent per jaar reduceren om te voorkomen dat het klimaat op aarde meer dan 1,5 graden opwarmt. De koraalriffen zullen, zelfs als dat doel wordt gehaald, voor 70 tot 90 procent verdwijnen. Als koraal helemaal verdwijnt, zijn de gevolgen desastreus en onomkeerbaar. Van die koraalriffen is ongeveer een kwart van al het leven in de oceanen afhankelijk. Als we die 1,5 graden overschrijden, blijft nog maar een paar procent van de koraalriffen over.
We kennen nu een groep ‘klimaatontkenners’, maar in de praktijk is de ontkenning van het klimaatprobleem veel groter. Zie de langdurige kabinetsformatie. Aan het begin van de kabinetsformatie had Mark Rutte zelfs het lef om achter de schermen te zeggen dat het wel ‘heel veel over het klimaat’ zou gaan als D66 en GroenLinks samen bij de gesprekken betrokken zouden worden. Dat is een tamelijk absurde uitspraak in het licht van het feit dat het leven in de oceanen voor een aanzienlijk deel ineen zal storten als het huidige, trage klimaatbeleid wereldwijd voortkabbelt in plaats van versnelt.”
Hans Alma, Het verlangen naar zin, De zoektocht naar resonantie in de wereld, Ten Have, 235 blz., € 22,99.