Als de kunst weer eens uitdaagt, staan verdedigers van God en gevoeligheden snel paraat. Met middelen variërend van censuur tot geweld zijn zij bereid hun heilige huisjes te verdedigen. Op zijn beurt mobiliseert dat weer een andere militie: de ridders van de vrijheid. De sympathie van Eric Corsius ligt zonder meer bij die laatste groep, maar tegelijk mist hij iets in hun betoog. Wat Gods eigen maffiosi in de eerste plaats aanvallen is niet de vrijheid van meningsuiting, maar het leven zelf. De concrete levende lichamen van andere mensen.