“Waarheid móet, goedheid móet. En schoonheid? Daar moet nu juist niets, dat is het eigenaardige van de schoonheid.” In mensen zijn deze drie ‘absolute waarden’ vaak in conflict met elkaar. Alleen in God vormen zij een eenheid. Op deze manier poogt filosoof Herman Berger zinvol te spreken over God, de mens en hun onderlinge - eeuwige - relatie. Maar denken alleen geeft nog geen zekerheid, want die “is alleen te verwerven langs de weg van het samenzijn”.