Een aan God gewijd leven, wordt het kloosterleven wel genoemd. Kloosterlingen, ‘religieuzen’, leven samen in het voetspoor van Jezus, ongehuwd, volgens een leefregel, in gedeeld bezit, gericht op gebed en studie en soms ook op maatschappelijke inzet (onderwijs en zorg). Hoewel het aantal religieuzen sterk afneemt, staan vooral contemplatieve ordes in de belangstelling bij moderne spirituele zoekers. Een van de oudste tradities is die van de Karmelorde. “Kenmerkend voor de Karmelitaanse spiritualiteit is de onmiddellijke betrokkenheid op de levende God. God laat zich zoeken en vinden in alles en in iedereen, overal en altijd.”