Kinsbergen doet sinds 2006 onderzoek naar de duizenden kleinschalige, vrijwillige, particuliere burgerinitiatieven die ontwikkelingshulp verlenen. Voor deze organisaties ziet ze nog lichtpuntjes: “Een deel van de levensbeschouwelijke organisaties is niet volledig afhankelijk van de overheid en kan rekenen op sterke steun vanuit de samenleving. Zij worden dus iets minder sterk getroffen door de bezuinigingen.”

Waarom leiden de plannen van minister Klever niet tot ‘meer eigenbelang’?

“Niet alle maatschappelijke vraagstukken waar we voor staan als wereldsamenleving zijn te vangen in een ‘businessmodel’. Dat geldt bijvoorbeeld voor het tegengaan van klimaatverandering of investeren in vrouwenrechten. We kunnen daar op korte termijn misschien niets aan verdienen, maar als Nederland niet investeert in vrouwenrechten dan zullen we er op termijn de rekening voor moeten betalen.

Door nu te investeren kan Nederland op termijn juist meer verdienen met een beter opgeleid vrouwelijk deel van de beroepsbevolking en een sterkere economie met meer mogelijkheden voor het bedrijfsleven. Minister Klever kiest toch voor een beleid waarbij de directe Nederlandse belangen voorop staan. Zij vindt dat ontwikkelingshulp moet gaan om vrede en veiligheid, economie en handel en het terugdringen dan wel tegenhouden van irreguliere migratie.

Met haar inhoudelijke en regionale focus gaat de minister voorbij aan het feit dat de huidige ontwikkelingssamenwerking - financieel of niet financieel, soms direct en op korte termijn, vaak ook indirect en op langere termijn - ook ons belang dient. Niet alles wat we vandaag doen, geeft morgen resultaat. Soms moet je handelen vanuit ideologische grondslagen en niet vanuit marktprincipes. Internationaal samenwerken kun je ook vormgeven vanuit solidariteit. Dat uitgangspunt krijgt weinig ruimte in het nieuwe beleid.”

Wat betekenen de bezuinigingen in de praktijk voor het werk van de ontwikkelingsorganisaties?

“Dat er minder geld beschikbaar komt, zal ongetwijfeld effect hebben op onze organisaties. Ontslagen zijn niet uitgesloten. Maar belangrijker is het effect op de partners van de Nederlandse ontwikkelingsorganisaties. De bezuinigingen raken de programma’s van die partners en bovenal de mensen die ze met de programma’s ondersteunen. Hoe deze bezuinigingen en beleidswijzigingen precies gaan uitwerken, is nog niet helemaal duidelijk, maar dat ze grote impact zullen hebben, is zeker.”

De minister is duidelijk over waar ze nog wel geld aan wil uitgeven: voedselzekerheid, gezondheid en water - en waar ze op wil bezuinigen: vrouwenrechten en gendergelijkheid en het klimaat. Ze geeft veel minder steun aan Nederlandse ontwikkelingsorganisaties en aan de multilaterale UNICEF en UNDP. Ze wil in plaats daarvan direct samenwerken met organisaties in de ontwikkelingslanden zelf en de banden aanhalen met Nederlandse burgerinitiatieven. Zo wil ze de ontwikkelingssamenwerking, zegt ze, weer meer ‘een zaak van iedereen’ maken.”

Wat gebeurt er concreet met de financiering van de NGO’s?

“De minister vindt dat Nederlandse ontwikkelingsorganisaties minder afhankelijk moeten zijn van de Nederlandse overheid: voor maximaal vijftig procent. Dat betekent voor sommige organisaties dat ze zich moeten herbezinnen op hun inkomstenbronnen. Daarnaast stelt Klever dat de middelen die ze ter beschikking stelt niet meer gebruikt mogen worden voor het beïnvloeden van het Nederlandse beleid. Dus ook de wijze waarop organisaties met overheidsmiddelen invulling kunnen geven aan die rol is aan verandering onderhevig.”

Bieden de bezuinigingen ook een kans om nut en noodzaak van ontwikkelingssamenwerking te herijken?

“Ontwikkelingssamenwerking is altijd in ontwikkeling geweest. Ook de laatste jaren was het werkveld bezig met een make-over waarbij er werd ingezet op een shift the power. De bedoeling is dat de macht verschuift van diegene die betaalt naar diegenen die de financiële middelen ontvangen en besteden, de partnerorganisaties van Nederlandse ontwikkelingsorganisaties.

Ik hoop dat de bezuinigingen dit proces verder aanjagen. We moeten met elkaar kijken naar hoe organisaties in ontwikkelingslanden nog meer zeggenschap kunnen krijgen over de wijze waarop ze in hun eigen land kunnen bijdragen aan positieve maatschappelijke verandering. Hopelijk worden ze daardoor ook weerbaarder voor schokken van buitenaf. Daarnaast hoop ik dat de bezuinigingen het gesprek over internationale solidariteit weer op gang brengen.

Er is behoefte aan ontwikkelingssamenwerking die ten dienste staat van doelen waar we gezamenlijk in geloven. Het is belangrijk dat we meer fundamentele gesprekken voeren over wat voor samenleving we willen zijn en hoe we ons willen verhouden tot landen om ons heen. Ontwikkelingssamenwerking moet weer meer terug naar de basis, naar waar het in de kern om draait: mensen die eendrachtig willen werken aan oplossingen voor vraagstukken waar we gezamenlijk voor staan.” 

Hoe kunnen ontwikkelingsorganisaties de Nederlandse bevolking meer bij hun werk betrekken?

“De ontwikkelingsorganisaties zijn - begrijpelijk en terecht - geschrokken van de bezuinigingen. Maar naast de zorg, het verdriet en de boosheid die hierover gedeeld worden in verschillende media, is het ook goed om diepgaander het gesprek te gaan voeren in de samenleving en te ontdekken hoe Nederlanders denken over de samenleving en de wereld en de rol die ze daarin zelf spelen - en uiteindelijk ook de rol van ontwikkelingssamenwerking en ontwikkelingsorganisaties.

Er is een kloof gegroeid tussen mensen die met hart, ziel en verstand gaan voor ontwikkelingssamenwerking en mensen die er anders tegenaan kijken. We komen er niet uit als we alleen hard roepen dat de bezuinigingen slecht zijn. We zullen ons oor te luisteren moeten leggen om te weten te komen wat er speelt en leeft in de samenleving en hoe we ons daartoe moeten verhouden. Mensen zijn niet meer zo makkelijk te overtuigen van het belang van ontwikkelingssamenwerking.” 

Dr. Sara Kinsbergen (1982) is bijzonder hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze is werkzaam binnen de afdeling Culturele Antropologie en Ontwikkelingsstudies (CAOS). Sinds 1 juli 2023 voert Kinsbergen een bijzondere leeropdracht uit gericht op de rol van burgers in duurzame maatschappelijke ontwikkeling. De leerstoel wordt ge-cofinancierd door Stichting Wilde Ganzen.

Maak meer verhalen mogelijk met een donatie

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.