Matteüs begint zijn evangelie met een geslachtslijst. "Een imposante waslijst van potentie, vruchtbaarheid, viriliteit (...) ‘ik besta en ik doe bestaan’. Tot aan de veertigste naam. Daar opent Matteüs onze ogen en laat hij zien dat die menselijke bewijsdrang uiteindelijk op niets uitloopt."