Gezichten als perkament waarop het leven met scherpe ganzenveer zijn verhaal heeft gekrast. Zo portretteert de Zeeuwse renaissancekunstenaar Marinus van Reymerswaele zijn modellen. Eric Corsius raakt in de ban van dit en twee andere schilderijen. Wat zij gemeen hebben? Het zijn geen iconen waarbij je, doorheen het geleden lijden, reeds het paaslicht ziet gloren, maar spiegels voor velen. Of worden deze schilderijen juist daarom een icoon?