Het meeslepende verhaal van Stefan Zweig over een blinde kunstverzamelaar roept vragen op over kunst. Zoals: wat verleent een kunstobject zijn waarde? Maar bovenal gaat het verhaal over liefde. Kan liefde samengaan met leugen en bedrog? Moeten we het leugentje om bestwil wel op de spits drijven tot een vreugdeloze kwestie van ethiek? Of heeft liefde, net als geloof, ook iets van een spel, waarin we elkaars dromen intact laten?