In de jaren vijftig was vasten door katholieke kinderen de normaalste zaak van de wereld. Tussen Carnaval en Pasen mocht je niet snoepen. Koekjes, dropjes en zuurtjes werden opgeborgen in een metalen vastentrommeltje waarvan vader of moeder de sleutel beheerde. Het lekkers werd gaandeweg één kleverige klomp, maar dat deerde niet. Op Paaszaterdag ging het blik weer open en dan was het smikkelen en smullen geblazen - met dikwijls flinke buikpijn als gevolg…