Onlangs hoorde ik Joris Luyendijk vol vuur spreken over een stichting die Oekraïners steun biedt bij de wederopbouw van kapotgeschoten huizen. Fysieke steun: met andere Nederlandse vrijwilligers reis je af naar Irpin of Moshchun, voorsteden van Kiev, om daar samen met plaatselijke aannemers en bouwvakkers een huis op te knappen. Twee dagen reizen, vijf dagen klussen, twee dagen terugreizen. Onderdeel van de formule is dat je 1000 euro inlegt om de bouwmaterialen te bekostigen en 350 euro voor de reis-en verblijfskosten.
Ik wist onmiddellijk: ik ga. Het mag een druppel op de gloeiende plaat zijn, maar: ik ga. Om indrukken op te doen, geuren op te snuiven, het ontzielde schroot langs de weg te zien. Te weten: hier gebeurt het, hier wordt beslist over het lot van onze Europese democratieën. Ik wil me verbinden, de afstand kleiner maken, gezichten voor me zien als ik aan Oekraïne denk.
Grappig detail: ik treed in de voetsporen van mijn vader Mient, nu 86. In de jaren voor en na zijn pensionering reisde hij tientallen keren naar Roemenië om kerken en scholen op te knappen. Hij is me voorgegaan, waardoor het is alsof de beslissing voor me klaarlag. Ik voel lijfelijk wat romanciers zo goed kunnen beschrijven: hoe kleine en grote geschiedenissen zich bijwijlen verstrengelen.
Of ik niet bang ben, vraagt menigeen. Bien sur. Bang voor ballistische raketten, doorgedraaide soldaten die met hun PTST de straten onveilig maken. Maar misschien nog het meest voor hoe deze reis mij zal veranderen en mijn toekomstplannen zal dwarsbomen. Ik ben bang voor wat ná deze reis komen gaat.
Angst voor verandering, dat is een thema in wat ik ter voorbereiding zoal lees en beluister. Ik heb er nooit bij stilgestaan dat je daar bewust bij stil kunt staan. Tot ik twee jaar geleden met een aanhanger vol groenafval over de IJsseldijk sjeesde en een Nederlandse historicus hoorde vertellen over een Oekraïense vriend.
Ik had een moe en leeg hoofd, de rivier baadde in het licht der schepping. Ik had de radio aan en hoorde de historicus vertellen dat zijn vriend, journalist van beroep, zich bij zijn aanmelding voor het leger heel duidelijk had gerealiseerd dat hij afscheid moest nemen van zijn oude ik. Voordat hij afreisde naar het front, bezocht hij de mensen en plekken in Kiev die hem dierbaar waren. Misschien zou hij de Djnepr nooit meer zien zoals ik nu de IJssel zag. Oorlog vervormt de ziel.
Onlangs las ik iets soortgelijks in een boek van Artem Chapeye, Gewone mensen dragen geen machinegeweren. ‘Ik was als de dood dat de oorlog me zou veranderen’, schrijft Chapeye, journalist en auteur (en pacifist). Daarom besloot hij, eenmaal soldaat, zijn zachtaardig karakter te bewaken. In dorpswinkels kocht hij worst om uit te delen aan zwerfhonden en -katten. Hij ontdekte een mierenhoop en trakteerde de bewoners ervan dagelijks op stukjes appel.
Weten dat je zult veranderen: het is een thema dat me bezighoudt en dat ik meeneem op reis. Maar of ik het zal aansnijden? Bij de bouwvakkers met wie we te maken krijgen? Bij onze gastheren en -vrouwen? Bij de vaste krachten van Hope4Ukraine, de organisatie die nu al ruim vier jaar lang geweldig werk doet met haar herstel- en bemoedigingsreizen? Bij mijn medevrijwilligers?
Ik ga mee met herstelreis nummer 37 en heb me voorgenomen op te schrijven wat ik zie en meemaak, niet wat ik vooraf heb bedacht. Ik heb mijn financiers een reportage beloofd, wat voor mij een nieuw genre is. Luisteren, kijken en noteren, als het even kan met een ledig gemoed. Grote kans dat ik niet één pacifist tegenkom. Drukke bouwvakkers hebben iets anders aan hun hoofd dan verloren honden op straat. Mijn notitieboekje is maagdelijk leeg.
Jan Oegema is letterkundige, hovenier en organisator van het Open klooster. Zijn reportage staat gepland voor het novembernummer van Volzin magazine. Voor meer info over de herstelreis, zie hope4ukraine.nl.
Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.



