Geen onbelangrijk feest, dat feest van Hemelvaart, betoogt René Grotenhuis. Tenminste voor hen die zich verbonden voelen met het levensverhaal van Jezus van Nazareth. Hemelvaart is het feest van het goddelijk waagstuk. Het markeert dat God het Jezusverhaal in onze mensenhanden heeft gelegd. Als dat maar goed gaat. Hoewel heel Nederland blij is met een vrije dag, zullen weinig mensen weten  waar ze die vrije dag aan te danken hebben. We moeten er van af blijven, het is een verworven recht en dus heilig. Het is een content-loze en context-loze vrije dag geworden. Is het eigenlijk een belangrijk feest, Hemelvaart? In het kerkelijk jaar wordt de indringende ervaring van Jezus' verrijzenis lang uitgesponnen tot aan Pinksteren toe. Eerst zijn er de verschijningsverhalen in verschillende vormen en beelden. Dan is hij, de verrezen heer, nog in de aardse werkelijkheid tegenwoordig. Het lijkt erop alsof de leerlingen nog even de gelegenheid wordt gegeven om zich aan die aanwezigheid en de indringende ervaring van zijn verrijzenis te laven. Maar nu, met Hemelvaart, is het definitieve moment aangebroken dat hij de aarde gaat verlaten. Op nogal botte wijze worden de leerlingen gemaand op te houden met naar boven te kijken en te denken dat ze het daarvan moeten hebben. Wat staan jullie naar de hemel te kijken, zegt de engel in het verhaal van Hemelvaart.  Jullie kijken de verkeerde kant op. Daar moet je het niet van hebben. Neem zelf je verantwoordelijkheid en zorg dat het verhaal doorgaat.