Bij Prometheus verscheen enkele maanden geleden het boek Groter dan ik – Een psychiater en een predikant op zoek van Esther van Fenema en Joost Röselaers. Van Fenema is psychiater en auteur. Daarnaast is zij regelmatig te gast in de landelijke media als een opiniemaker die het morele debat graag scherp voert. Röselaers is theoloog en predikant. Hij is columnist van Het Financieele Dagblad en schijft regelmatig artikelen en columns voor Volzin magazine. Eerder schreef hij samen met Van Fenema het succesvolle boek De leegte voorbij (2023), waar dit magazine ook aandacht aan heeft besteed.
Na het lezen van dit boek luisterde ik naar het lied Groter dan ons hart van de in 2023 overleden dichter en theoloog Huub Oosterhuis. Ik liet dit lied vaak zingen door de gemeente in de tijd dat ik nog predikant was. Het lied raakt me nog steeds.
‘Wees niet niemand’, zegt de tekstdichter. Wees iemand die intiem betrokken is bij het leven van mensen, bij vreemdelingen en vluchtelingen, bij allen die hun lot niet kunnen dragen. Het lied zet je direct in het midden van de samenleving, bij wat er speelt en nodig is. Omdat God groter is dan je hart.
In Groter dan ik delen de schrijvers met elkaar hun visies op het leven en zetten ze direct alles op scherp met de opvatting dat wij verstrikt zijn geraakt in de leugen dat het alleen om onszelf zou draaien. Het gaat niet goed in ons land. Het ik zegeviert en wordt op een voetstuk gezet. Zij noemen dat ‘het claustrofobische ik’.
De hoofdmoot van het boek bevat voorbeelden van hoe we voorbij het individualisme kunnen oefenen met wat ‘groter dan ik’ is. Het ligt eigenlijk allemaal voor het oprapen. Allereerst de familie als een plek waar je vandaan komt en waar je weer naar kunt terugkeren. Onze honger naar verbinding wordt daar gevoed. Gemeenschapszin kan ook bevorderd worden door politiek, kerk en sport. Het hoofdstuk over natuur als inspiratiebron voor het grotere ik is ook een sprekend voorbeeld. Iedereen kan meevoelen met de gedachte dat we één zijn met de natuur, maar dat we juist die natuur zo opofferen voor ons eigenbelang. Ook in het hoofdstuk over cultuur vinden de schrijvers elkaar in het delen van persoonlijke ervaringen. ‘Kunst opent een ruimte waarin iets kan verschijnen wat groter is dan wijzelf.’
En dan is er nog het hoofdstuk over de dood. Ja, ook de dood hoort in dit rijtje thuis, want eindigheid geeft waarde aan het leven. Dat er aan elk leven een einde komt, toont de kwetsbaarheid van het menselijk bestaan en tart de maakbaarheid die we in deze tijden zo nastreven.
Het boek eindigt met waar ik deze recensie mee begon: God is groter dan ons hart. Alles draait om een God over wie je niets kunt zeggen. Dat niks kunnen zeggen is principieel ‘groter dan ik’. Feit is dat we God niet hebben afgeschaft, maar verplaatst naar onszelf. En als wij onszelf tot god hebben gemaakt, dan is er niemand meer bij wie je even op adem kunt komen. Als het even stormt, is er niemand meer die je op de been kan helpen.
Het boek vraagt om een keuze. Hoe creëer je dat eenheidsgevoel in een samenleving die het collectief heeft leren wantrouwen? Misschien begint het met het erkennen van een pijnlijke waarheid: het individu op zichzelf bestaat niet. We zijn altijd al onderdeel van iets groters, of we dat nu willen of niet. En dan is het de vraag: laten wij ons leiden door algoritmes, angst en afgunst, of door grotere verbanden als familie, kerk, politiek, cultuur en natuur? En door een goddelijke kracht ‘die groter is dan de optelsom van ons brein, ons lichaam, ons bestaan’?
Het is een mooi persoonlijk gesprek tussen Esther van Fenema en Joost Röselaers. Een uitstekende aanleiding om door te praten over verbanden die voorhanden zijn en kunnen leiden tot een exodus uit ‘het claustrofobische ik’.
Dit artikel is te lezen in Volzin magazine (editie 2026/06). Het nummer is te bestellen via de VOLZIN webwinkel.
Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.



