Dat de vrijheid van katholiek onderwijs ooit is bevochten, spreekt nog maar weinigen tot de verbeelding. Natuurlijk de situatie is grondig veranderd ten opzichte van 1848 en 1917 om maar twee relevante jaartallen te noemen. Maar het gebrek aan visieontwikkeling op onderwijs vanuit katholieke en protestants-christelijke hoek is opvallend en problematisch, vindt Erik Borgman. Enkel volgzaamheid aan de minister van onderwijs kunnen we ons niet permitteren.
Lees meer over





In mijn opleiding gedurende de jaren zestig van de vorige eeuw werd ik 'gevormd' door een zeer katholiek bevlogen pedagoog, psycholoog en filosoof - later zelfs professor aan het grootseminarie van Rolduc - dr. Frans J.W. Verkooijen (1910-1984). (Iets ervan kunt U nalezen in het gedenkboek "Opleiding in de spiegel - kweekschool pedac pabo roermond 1961 - 2009", red. Pierre Bakkes, 2012.) Hij legde de nadruk van de katholiciteit van het onderwijs dat wij geacht werden te gaan geven vooral bij twee zaken: humanisering en hominisering, ofwel mens-zijn c.q. menswording Gode gelijk enerzijds en verinnerlijking/verinniging (al je zintuigen betrokken) anderzijds. Jij, de kinderen moesten er goed aan toe zijn; op hun best. Wat we aanboden moest ook op zijn best zijn. (De ideale stad en samenlevingsopbouw, de ideale inrichting van de arbeid, ideale kunst - kathedralenbouw met Dom Bauhütte; zie P. Cuijpers - en cultuur, heiligen enz. Feitelijk dus bij de ideale tijd, die de 13e eeuw nabij kwam.) Waarom? Omdat dit zou zorgen voor de beste aarding en verworteling (geestelijk én fysiek) van de mens in natuur en cultuur op een bepaalde, redelijk stabiele plek, i.c. ook in de katholieke kerk en haar cultus en cultuur. Hoe dat vervolgens dagelijks moest en kon worden gerealiseerd in de zestiger jaren en later te midden van het steeds sterker op weerbaarheid en nutsoptimalisatie gerichte onderwijs, in een steeds meer multiculturele en multireligieuze c.q. ontkerstende en seculier wordende samenleving, was voor ons een (te) grote vraag, zodat er (vrees ik) door de bank genomen later weinig van terecht is gekomen. Onderwijsvrijheid is ook sinds de jaren zestig al te zeer ingeperkt, gereglementeerd, in van bovenaf gedropte onderwijskundige concepten vervat, en op werkelijk meetbaar effect en profijt gecontroleerd door ouders en Inspectie. Voor een moderne Friedrich Fröbel of Célestin Freinet enz. is vrijwel nergens meer plaats tenzij op een afgelegen plek in Tirol of Tibet. Toch bleef die wezenlijke katholiciteit zoals mijn leermeester die ooit aan ons meegaf, bezighouden. Dat teruggrijpen op die z.g. ideale maatschappij van de 13e eeuw - de kerk heeft er in reactie op de Verlichting ook tot begin 20e eeuw lang aan vastgehouden! - kan men gevoeglijk buiten beschouwing laten. Humanisering (verwondering) en hominisering (innigheid) evenwel niet; voor gebed, meditatie, overweging, aanschouwing, beschouwing en proeven op de tong of met de handen en huid van e.e.a. in stilte en met bewondering plus verwondering moet ruimte te maken zijn, al blijft de verlangde stilte en de te gebruiken taal wel een probleem in de context van een zeer drukke, ik-gerichte multiculturele schoolpopulatie. Leg dat concept dus maar eens uit aan de gemiddelde ontwortelde leraar, ouder enz. van vandaag? Ik kan het niet, want daarvoor moet je toehoorder zelf ook innerlijk stil worden en optimaal luisterbereid zijn. De meeste mensen zijn dat hier en nu zelden. Tijd is bovendien geld, en alles moet in afgemeten sound bites, dus .... Als U meer wilt weten ov er de eerder genoemde opmerkelijke visie op de katholiciteit van het onderwijs, zou U eens contact kunnen opnemen met de oudste dochter van mijn leermeester, emeritus hoogleraar aan de UVA, prof. dr. Marita Mathijsen-Verkooijen. Zij kan U vast meer vertellen, want kent haar hooggeleerde en zeer spirituele vader zaliger natuurlijk veel beter dan o.g. en heeft bovendien de gave van het woord meegekregen, van huis uit. Succes.
Beste p.
Je spreekt prachtig over mijn vader. Als aanvulling zou ik ook de relatie met de natuur en de biotoop willen vermelden. Een plant of levend wezen kan zich alleen ontwikkelen in relatie met de juiste biotoop. Een mens kan daar slechts bewonderend en verwonderen naar kijken en van genieten. Daarin vind hij een godsbeeld. De eucharistie is een feest waaraan je het voorrecht hebt om aan deel te nemen. Daar vind je diezelfde biotoop terug waar je zo bewonderend naar keek. Juist kinderen staan open voor die samenhang, en leraren zouden die samenhang moeten duiden en stimuleren. Vergeet nooit het kind in je. Was een uitspraak.