Het offer is voor moderne oren moeilijk te begrijpen. Toch is het offer gemeenschapstichtend, zegt René Grotenhuis. Zij die het offer brengen doen dat echter niet omwille van het offer zelf, maar uit verbondenheid met de mensen om hen heen. Met het woord offer wordt achteraf betekenis gegeven aan een daad van liefde en trouw. "Ook het lijdensverhaal dat we in de Goede Week overdenken, gaat over een mens die niet weggaat maar die in liefde en trouw blijft geloven."
Lees meer over



Zonder afbreuk te doen aan de indrukwekkende, en mooie traditie moet toch gezegd worden dat de aandacht voor de theologie en mystiek over het lijden van Christus een relict betreft uit de religies die voorafgingen aan het christendom. Daarin werd geloofd dat men, op straffe van onheil over zichzelf, familie en stam af te roepen, de god(en) te vriend moest houden d.m.v. offers (brandoffers, lofoffers, vredeoffers, spijsoffers, kinderoffers enz.). Zonder dat er bloed vloeit, zal er geen vergeving zijn vanwege (de) God(en), was het adagium. Het christendom bouwde daarop voort door er een draai aan te geven: Christus dood zou het laatste offer zijn; de christelijke God wil geen offers maar barmhartigheid. Mooi bedacht, ook gecompliceerd; werk vooral van theologen, zieners/mystici enz. Of Jezus dat ook zo gewild heeft - je moet je immers in bochten wringen om het verhaal vol weinig steekhoudende argumenten door je keel te krijgen - blijft de vraag. En of het werkelijk zin heeft om elk jaar opnieuw nadruk te leggen op het lijden van Christus en niet op zijn Goed Nieuws Boodschap van liefde (voor God, Christus, je naaste en medemens) die vrij maakt, is ook de vraag. Als het om de liefde gaat, benadruk dát dan ook, en vermijdt het woord offer. Wie wil geloven met 'zijn hoofd' alleen, komt dus niet zo ver. Misschien moeten we onze hersens dus maar even uitschakelen en ons overgeven aan "The Passion" en vooral genieten van de muziek.