Ik woon in een flat met veel oudere mensen. Geregeld verhuist iemand naar een verpleeghuis of overlijdt. Een complete huisraad wacht buiten voor de ingang van het gebouw op de Rotterdamse ophaaldienst. Het ontroert me steeds, die enorme berg aan spullen die een mens in een leven verzamelt, die nu, liefdeloos opgetast, van alle waarde en betekenis verstoken lijkt. Ik lees er een heel leven in. Een bank met craquelé in het leer, een ingelijst borduurwerk met het melkmeisje in kruissteek, een strijkplank met schroeiplekken in de hoes, een jaren zeventig vaas van keramiek met grote oranje bloemen. Een hondenriem. Een van de vele weduwen hier, concludeer ik. Waar zou haar hondje nu zijn?



