Kortgeleden zat ik midden in de nacht nog wat te schrijven en te schaven aan een artikel over het thema “geest”. De geest houdt mij als filosoof al heel lang bezig, maar de laatste tijd vraag ik me steeds urgenter af hoe we in de wereld, en vooral in het Westen, tot zo’n naargeestige tijdgeest zijn geraakt. Een tijdgeest waarin wantrouwen en afgunst, rancuneuze complottheorieën en klimaatontkenning dominant zijn geworden. Onze tijdgeest is een “naargeest” die drijft op het sentiment dat “vroeger alles beter was”. Zo verhindert naargeest de toekomst. Maar zonder zicht op toekomst redden we het niet en zal de aarde steeds verder opwarmen, waardoor vele soorten zullen uitsterven, waaronder ook de mens. Zo ongeveer ging mijn analyse.