Het Songfestival begint elk jaar met een melodie die eerder in een kerk lijkt te horen. De prelude van Charpentiers Te Deum ‘Wij prijzen U, o God’. Het is een ironische ouverture: een vroom loflied als opmaat voor een fel belichte avond waarop religie en politiek officieel verboden zijn. En toch is het veelzeggend dat juist deze melodie het festival opent dat dit jaar zeventig jaar bestaat.