Dertigers zijn zo druk met hun carrière, gezin en dagelijkse zorgen dat godsdienst en kerk, ook na een christelijke opvoeding die ze als positief beschouwen, gewoon geen rol meer spelen. In de zestiende eeuw, tijdens de Reformatie, was het onmogelijk om niet in God te geloven, schrijft de Canadese filosoof Charles Taylor in Een seculiere tijd. Vandaag is het bijna omgekeerd: het geloof, één optie onder vele, is voor velen een mogelijkheid die niet eens aan bod komt. De huidige godsdienstsociologische data bevestigen die vaststelling. Wat Taylor beschrijft is dus niet alleen een theorie die werd ontwikkeld vanuit de ideeëngeschiedenis, maar blijkt ook bijna overal te kloppen met de werkelijkheid.