Als onderdeel van een drie-generatie huis verbaast René Grotenhuis zich regelmatig over de veranderende relatie tussen ouders en kinderen in onze samenleving. In de jaren zeventig en tachtig stonden familierelaties onder druk. Nu lijkt, ondanks de individualisering, de rol van familieverbanden en intergenerationele relaties weer toe te nemen. Voor deze veranderende betekenis van familie en gezin is maar weinig aandacht.
Lees meer over



De gemeenschap van meerdere generaties is - als ideaal - natuurlijk prachtig, want verrijkend en stabiliteit bevorderend enz., maar dan moet het wel gaan om mensen die niet getraumatiseerd zijn door oorlog, geweld, ziekte, armoede, ontworteling enz. Alles hangt dus af van de omstandigheden én feitelijke persoonlijkheden van de deelnemers. Wat verder statistiek en sociologie allemaal mogen beweren: zij kunnen en zullen nooit normatief zijn voor wat moet en of zal zijn. Daarvoor hebben christenen e.a. nog altijd hun levensbeschouwing en haar bronnen. Voor christenen dus de heilige Schrift, met als kern de Liefde, de Tien Geboden, gedegen zelfkennis en geloof in, plus vertrouwen op God, Jezus, Maria enz. En dan ligt het voor de hand om te erkennen dat we het leven nooit alleen aankunnen en dat leven dus samen (in dialoog) gestalte moeten geven. Of en in hoeverre je oudere en of jongere familieleden daarbij kunt betrekken, hangt dan ook af van de integriteit van ieders persoonlijkheid. Dat vraagt derhalve steeds om een ad hoc, persoonlijk gewetensoordeel. Als buitenstaander i.c. als socioloog valt daar m.i. verder niets over voor te schrijven. Liefde en een goed gevormd geweten (conscientia is ook samen weten; zonder samen-spraak, goede analyse van de situatie enz. ontstaat daar dus niets!) zullen voor christenen in ieder geval leiddraad moeten zijn, en niet 'wat anderen c.q. de meerderheid doet, dat doe ik ook maar'.