In de school van Paolo werd Jacques tot monnik gevormd, de eerste sinds drie eeuwen in Syrië. Een tiental jaren na zijn intrede kreeg hij een aparte zending: de bisschop van Homs en Paolo zelf vroegen hem een ander vervallen klooster herop te bouwen, Mar Elian, op ongeveer vijftig kilometer van de plaats waar Paolo zijn werk begonnen was.

Sinds eeuwen kwamen moslims en christenen daar samen, bij het graf van de heilige Mar Elian (Sint-Juliaan). Het klooster lag er al drie eeuwen lang verlaten bij, maar beide gemeenschappen bleven de heilige vereren. Pater Mourad slaagde erin de plaats opnieuw tot leven te wekken, geholpen door parochianen en zelfs door moslimvrienden uit het nabije stadje Qaryatayn.

Geboeid en geblinddoekt

De ruïne werd een oase, ‘de woestijn bloeide’, volgens de woorden van de profeet Jesaja, met bomen, schaduw, een moestuin, een bidplaats en vieringen die christenen en moslims in wederzijds vertrouwen samenbrachten.

Tot plots radicaal geweld uitbrak: op een morgen, op 21 mei 2015, werd Jacques hardhandig meegenomen door twee gewapende en gemaskerde jihadisten. Geboeid en geblinddoekt werd hij ontvoerd, samen met een jongere man, Boutros, novice in Mar Elian.

Dan begint het indringende verhaal van alles wat ze in die gevangenschap beleefd hebben tot aan hun bevrijding in september van dat jaar. Gruwel, verlatenheid, honger, folteringen, fysiek en meer nog psychisch geweld. Wanhoop en gebed, armoede en doorbraak van goddelijke troost liggen soms zeer dicht bij elkaar.

‘Retraite’

De getuigenis in het boek is prangend, van de eerste bladzijde tot de laatste. Met schroom lezen we verder, ontmoeten we hel en hemels licht in de nacht, onmenselijkheid en al even onbegrijpelijke tussenkomsten van emirs met inzicht en een hart, voorkomend en bemoedigend. Eén van hen raadde Jacques zelfs aan om deze tijd te beschouwen als een retraite, wat voor een totale ommekeer zorgde in zijn beleving.

Jacques is eerlijk, bekent zijn angsten, zijn innerlijke leegte, maar ook de kracht van het Jezusgebed, de herontdekking van de rozenkrans, langzaam samen gebeden met zijn medegevangene Boutros. Hier en daar in zijn aantekeningen opent hij voor ons de poort naar een school van arm en omvormend gebed dat vriend en vijand in één adem opneemt. Een monnik is aan het woord, gelouterd door de beproeving die hij doormaakt.

De armste psalmodie ontspringt uit het dieptepunt van ontreddering en afschuw en stoot door tot vreugde, erkentelijkheid, genade op genade. Het lezen van die bladzijden vraagt om een zuiver hart.

Grote vragen

Wat we horen is echter veel meer dan de stem van een enkeling die iets vreselijks heeft doorgemaakt. Jacques geeft stem aan een christelijke gemeente, een heel volk, een traditie. We treden met hem binnen in een geschiedenis, een eeuwenlang verhaal dat het verre verleden oproept en de recentste ontwikkelingen probeert te duiden. Het heden is ruwer geworden dan ooit.

Symbool van die heftigheid is de ontdekking van de totale vernietiging van Mar Elian. Zelfs het heiligdom, eeuwenlang samen vereerd, is met een bulldozer compleet weggeveegd…

Vele grote vragen rijzen: Waarom moest dit gebeuren? Vanwaar die nieuwe gewelddadige ontwikkelingen precies in onze generatie? Hoe het kwaad nog helen? Welke rol speelt de hele wereld – de wapenhandel, het geld, de olie – in wat zich in dit ene land Syrië zo gruwelijk voltrekt? Waar ligt ook onze verantwoordelijkheid in die actuele ellende en ons feitelijk engagement ten opzichte van de miljoenen ontheemden in het Midden-Oosten, met daarbij de vele vluchtelingen die tot in onze gewesten redding zoeken?

Jacques Mourad benoemt al deze kwesties in zijn relaas. Tegelijk opent hij aanhoudend het perspectief op het evangelie. Dat is wellicht het grootste wonder. In de hel brandt er nog een ander vuur en een ander licht, naast al het sombere, afschuwelijke en onmenselijke. Hier klinkt het evangelie heel zuiver door alles heen: we horen de levensgetuigenis van Jezus zelf.

Gloed van hoop

In de diepste ontreddering kan plots de stille warme gloed van de hoop oplaaien. Elk van de acht zaligsprekingen uit de Bergrede krijgt een compleet nieuwe levendigheid: ja, ‘zalig de armen’, die wenen, die hongeren naar gerechtigheid, die in barmhartigheid vrede blijven brengen: ze worden getroost, ze worden vreugdevol, ze worden kinderen van God genoemd, ‘de zachtmoedigen zullen het land beërven’.

Een verborgen Magnificat doortrekt dit schrijven van de gelouterde monnik. Het leven in verachting en spot, in de tergende bejegening, dag na dag, mondt niet noodzakelijk uit in brute zinloosheid of pure wanhoop. Jezus, kwetsbaar en weerbaar tegelijk, staat op, licht uit licht. De ontknoping heeft iets van een wonder.

Ik laat het de lezers zelf ontdekken. Maar de hefboom van de kentering heeft rechtstreeks met het evangelie van Jezus te maken. De pastoor en zijn christenen hebben ervoor gekozen om te verzaken aan het geweld en consequent het bezit van wapens te weigeren. En ze werden daarin erkend.

Het hoort tot de meest onbegrijpelijke gruweldaden van dit verhaal dat die christenen, eens terug in hun stadje, aanhoudend door bommen van het leger van de Syrische regering bestookt werden. Ze zullen allen verder moeten vluchten naar de grotere stad Homs, daarbij geholpen door moslims die meteen hun eigen leven op het spel zetten. Enkelen onder hen verloren het ook…

Geweld baart geweld

Het lezen van dit boek kan omvormend werken. De spiegel die hier aangereikt wordt is wellicht soms te heftig: we durven er niet verder in kijken. Toch valt er iets te ontdekken als we het uithouden tot in het laatste hoofdstuk: je komt anders uit de smeltkroes. Iets dichter bij het geheim van Jezus. Iets dichter ook bij de stille aanbidding van de moslim.

We komen in de buurt van wat paus Franciscus in zijn laatste encycliek op het oog heeft: ‘We zijn allen broeders’, (Fratelli tutti). We zijn het, maar ook: het komt erop aan het steeds meer te worden. De paus besluit zijn encycliek door een grote bladzijde aan te halen die hij het jaar daarvoor opstelde samen met de Groot Imam Ahmed al-Tayeb van de Al-Azhar moskee in Caïro. De stem van de paus is zo tegelijk de stem van een van de belangrijke woordvoerders uit de huidige islamtraditie.

In dit boek van Jacques Mourad breekt de getuige met de spiraal van het geweld – ‘geweld baart nog meer geweld’. In plaats van elkaar nog grimmiger naar de keel te grijpen, opent monnik Jacques ons hart voor een evangelische vrijheid waarin we elkaar als broeders gastvrij tegemoet treden, God samen in alles dankend. Allen, groot en klein, hebben we er baat bij zo’n ‘…woord van vrede van mens tot mens’ (Psalm 72) in het hart te vernemen om het aan elkaar door te geven, tot het uiteinde van de aarde.

Vond u dit artikel waardevol? Doneer via deze link en maak meer verhalen mogelijk.