Lees via deze link deel 1 van dit interview: De aarde is een kathedraal geworden.

Mystiek als drijfveer voor de omgang met de planeet. Dat is de centrale gedachte van het nieuwe boek van Nico Tydeman: Het milieu. Een mystiek lichaam. Het gaat niet om berekening, niet om beleid, niet om computermodellen, hoewel die allemaal nodig zijn, maar om iets wat dieper gaat: de ervaring dat de aarde heilig is en dat je haar daarom moet liefhebben in plaats van beheren.

Tydeman was aanvankelijk niet van plan geweest om dit boek te schrijven. Hij had wel wat manuscripten liggen op zijn bureau, maar had eigenlijk besloten te stoppen. Tot hij de Zuid-Afrikaanse dichteres Antjie Krog tegenkwam. Haar bundel Broze Aarde, die in 2020 in het Nederlands verscheen, raakte hem direct: “Dit gedicht riep iets in me wakker. Ik ben gewoon bij bladzijde één begonnen. En ik wist meteen: hier ga ik wat mee doen.”

Pijn en onrecht

Antjie Krog is een van de grote stemmen van het hedendaagse Zuid-Afrika. Als dichter en journalist gaf ze leiding aan een team verslaggevers bij de Waarheids- en Verzoeningscommissie, en haar werk ademt de overtuiging dat taal en getuigenis heilzaam kunnen zijn. Pijn en onrecht benoemen is voor haar de eerste stap naar genezing. Haar poëzie getuigt bovendien van een diepe verbondenheid met de Afrikaanse aarde.

O Brose Aarde. ’n Misorde vir die Nuwe Verbond, zoals haar bundel heet in het Afrikaans, heeft de vorm van een katholieke mis en is een liturgie voor de planeet. Krog schrijft vanuit de brandende urgentie dat een nieuw verbond tussen mens en aarde noodzakelijk is, en de liturgische vorm biedt haar daarvoor de juiste taal.

Onse Brose Aarde wat onder die universum uitstrek,
laat U Bestaan vir ons heilig word.

‘Onze broze aarde, laat uw bestaan voor ons heilig worden.’ Deze woorden raakten Tydeman diep. In de inleiding van zijn boek beschrijft hij hoe hij twee jaar lang ter kerke ging – niet in een kathedraal, maar gewoon thuis in een T-shirt en slobberige sportbroek. Het altaar was zijn bureau, het missaal was de dichtbundel van Krog. Haar structuur werd zijn structuur. En wat het boek zijn vorm gaf, waren de ‘verstrooiingen’. Telkens als hij haar liturgische tekst las, doemden andere woorden op – woorden van mystici, dichters, kunstenaars – die hij eerst moest opschrijven voor hij verder kon. “De structuur lag klaar. Ik heb niks bedacht. Ik begon te schrijven en het boek schreef zichzelf.”

Wat begon als een gedicht, groeide uit tot een boek van meer dan vijfhonderd pagina’s. Langs de onderdelen van Krogs heilige mis – Introïtus, Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus, Dies Irae, Agnus Dei, Lux Aeterna – bracht Tydeman een indrukwekkend spectrum aan stemmen bijeen: de dertiende-eeuwse zenmeester Dōgen naast Ruusbroec, Debussy naast de soefiedichter Rumi, de avant-garde componist Stockhausen naast Meister Eckhart, de helderhorende Bosjesman Kabbo naast Juliana van Norwich, de Hel van Dante naast het Laatste Oordeel in de schilderkunst, het Lam Gods in Gent naast een soetra van bergen en rivieren. Het boek is geen encyclopedie en geen betoog. Het is een bundeling van vonken, bedoeld om samen een vuur te maken.

Krogs misstructuur is daarbij meer dan alleen een literair geraamte. Elk onderdeel heeft zijn eigen spirituele functie, en Tydeman volgt die consequent. De schuldbelijdenis opent zowel het gedicht als Tydemans boek: de erkenning van wat we de aarde hebben aangedaan, en de kwetsbaarheid die ervoor nodig is om dat in alle oprechtheid te doen. Mea culpa.

Dan volgt de Introïtus, de intrede: zon, water, hemel en aarde als het goddelijke. Het Kyrie is een roep om ontferming die Tydeman verbindt met het boeddhistische Maha Karuna, waarbij het ego capituleert en zich openstelt voor het lijden van mens en planeet. Het Gloria is een uitbundig loflied op alles wat bestaat: plankton, fossielen, uitgestorven mensensoorten. “Als ik dit loflied hardop lees klinkt het fantastisch.” Het Credo is een geloofsbelijdenis. Krog gelooft in de almachtige zon, Tydeman leest het en vraagt zichzelf af: “Waarin geloof ik eigenlijk zelf ten diepste?” Hij zegt er eerlijk bij dat hij in vrij duister gebied belandt. Het antwoord geeft hij niet. Het Sanctus bezingt de heilige natuur, bomen, wouden.

Nico Tydeman© Antoinette Nausikaa

En dan volgt het Dies Irae: de Dag des Oordeels. Het langste, zwaarste, meest persoonlijke deel van het gedicht. Krog gebruikt dit onderdeel van haar mis als de ultieme confrontatie met het menselijke kwaad. Zij laat getuigenissen uit de Waarheids- en Verzoeningscommissie erin klinken. De moeder die in opperste wanhoop met haar kinderen op de rails gaat zitten, haar rug naar de aanstormende trein. De vrouw die haar stervende man vasthoudt terwijl hij volledig verbrand is, behalve zijn gezicht. Zijn mond gaat open en dicht als een vogel, totdat de kleur van zijn ogen verandert.

Gruwelijke beelden die passen bij het ecologische thema. Het is één en hetzelfde gedicht. Wat we de aarde aandoen en wat we elkaar aandoen – het is één en dezelfde zonde. Het gedicht opent met de sleutelzinnen:

Hoe kan ons die planeet versorg as ons nie mekaar versorg nie
Hoe kan ons mekaar versorg as ons nie die planeet versorg nie?

De onlosmakelijkheid van mens en planeet – dat is wat Tydeman in Krog herkent. En wat hij van haar overneemt.

Drie getuigen van hetzelfde verlangen

Behalve Antjie Krog zijn er ook nog drie andere figuren die Tydeman tijdens het schrijven dierbaar zijn geweest. Drie mensen uit heel verschillende tijden en tradities, die elk op de eigen manier hetzelfde wisten – en die alle drie het verlangen naar eenheid niet als passieve contemplatie beleefden, maar als een kracht die hen de wereld in dreef.

Teilhard de Chardin noemt hij als eerste. Paleontoloog, jezuïet, mysticus. Teilhard zag geen tegenstelling tussen mens en planeet. Hij diende als gewondendrager aan het front tijdens de Eerste Wereldoorlog. In zijn wetenschappelijk onderzoek naar de evolutie vond hij de bevestiging van zijn mystieke visie dat de hele kosmos naar eenheid groeit. “Dat verlangen naar eenwording”, zegt Tydeman, “loopt als een rode draad door zijn geestelijk leven én zijn wetenschappelijk werk. De kerkelijke overheid vond hem lastig: hij verwaarloosde de erfzonde.” Maar Teilhard had daar een antwoord op: het kwaad is het gegeven dat de evolutie van materie naar geest zich zo moeizaam voltrekt.

“Sommige wetenschappers noemen zijn geestelijk werk marihuana voor intellectuelen”, grinnikt Tydeman. “Maar hij had ons iets te zeggen. Hij had een mystieke visie op de kosmos.”

Franciscus van Assisi is de tweede en naar Tydemans gevoel meest uitgesproken inspiratiefiguur die eerbied had voor de aarde. “De Speelman Gods”, noemt hij hem. “De zanger, de prediker die zo letterlijk mogelijk Jezus’ leven wilde naleven, zoals dat in de evangeliën geschreven staat. Hij was een natuurliefhebber met een groot charisma. Zelfs de vogels uit het bos kwamen luisteren.”

In het beroemde Zonnelied, dat Franciscus schreef toen hij ernstig ziek was en hevige pijnen leed, bezong hij broeder zon, zuster maan, broeder wind en zuster water. “Maar dat zijn bij Franciscus niet alleen natuurverschijnselen of hemellichamen”, zegt Tydeman. “We kunnen het ook als een kaart van het innerlijk leven lezen.” Broeder zon staat voor het liefdesvuur, zuster maan voor intuïtie, broeder wind voor onthechting en zuster water voor deemoed.Het is een verheerlijking van de Schepper via de grootsheid van de schepping. En die lofzang keert op alle mogelijke manieren terug in Tydemans boek – in de psalmen, bij Dōgen en bij Krog. Steeds hetzelfde thema: zien dat de wereld heilig is.

Etty Hillesum is de derde en misschien meest verrassende keuze. Wat Tydeman uit haar werk heeft gelicht is een klein gebaar: het knielen in de badkamer. Ze schreef erover als “het meisje dat niet knielen kon en het toch leerde op de ruwe kokosmat in een slordige badkamer”. Een gebaar dat ze in haar eigen joodse traditie nooit had gekend, maar dat ze steeds meer opzocht, thuis, op het werk en uiteindelijk ook in Westerbork.

“Daar in Westerbork vindt ze haar steun”, zegt Tydeman. “En je ziet hoe ze zich ontwikkelt: ze begint als een 27-jarige bakvis, bekommerd om zichzelf en haar pijntjes. En ze groeit naar steeds minder aandacht voor zichzelf, steeds meer gerichtheid op de ander. Totdat ze een grote opofferende liefde opvat voor haar volk – en voor de hele mensheid.”

De weg van Hillesum loopt van binnen naar buiten – precies de beweging die ook in Krogs mis en in Tydemans boek de centrale lijn is. En haar taal is onovertroffen, voegt hij er bijna terloops aan toe: “De brieven die zij vanuit Westerbork schreef, zijn zo goed verwoord dat het jammer is dat zij nooit in de literaire canon is terechtgekomen.”

Liefde die niet van buiten komt

De drie figuren dragen samen de centrale these van het boek: in ons zit een onbedwingbaar verlangen naar eenheid. “Dat verlangen is de drijfveer van alle mystiek”, zegt Tydeman. “En het sleutelwoord ervan is liefde. Geen neutrale kracht, maar een grote liefde die zich wil verenigen met alles om ons heen. Met mensen, met dingen, met bomen, met de zon en de maan.”

Hier schuilt een wezenlijk verschil met de dominante manier waarop we over milieu en klimaat nadenken. De calculerende burger benadert de aarde van buitenaf: als een systeem dat beschermd of hersteld moet worden. “Computermodellen zijn niet voldoende”,zegt Tydeman. “En zelfs onze zorg om de mensheid is, zolang ze puur strategisch is, nog altijd egocentrisch gedacht. Vanuit de mystiek kunnen we leren om de aarde lief te hebben. Eerbied te hebben. Want de aarde is een sacrale plek. En als we dat werkelijk ervaren, hoeven we niet alleen maar te berekenen of we haar wel goed gebruiken. Dan willen we vanzelf voor haar zorgen.”

Liefde als innerlijke positie, niet als externe verplichting. Wie de aarde beschermt vanuit berekening, doet dat omdat hij haar nodig heeft. Wie haar beschermt vanuit liefde, doet dat omdat hij er deel van is. Het eerste houdt op als de berekening verandert. Het tweede niet.

Tydeman is eerlijk over zijn eigen positie in dit verhaal. “Bij De Kosmos lazen we al in 1972 het rapport van de Club van Rome. We maakten ons toen al zorgen om het milieu. Maar zelf ging ik niet naar protestbijeenkomsten. Ik ben altijd op zoek geweest naar het geestelijk pad. Ik vond dat ik dat eerst voor mezelf helder moest hebben. Wat is dat geestelijk pad? En ook: wat is de relevantie ervan voor de wereld?”

Zijn fascinatie is altijd de weg naar binnen geweest. Dat is geen tekortkoming, het is zijn roeping. En hij verbergt het niet achter grote woorden over systeemverandering. Maar dat wil niet zeggen dat het bij de binnenkant blijft. “De mystieke ervaring is hoogstpersoonlijk, en dan is het de vraag wat je ermee doet. Wat betekent het voor je kijk op anderen? Voor je houding tegenover onrecht?”

Tydeman stelt deze vraag open, zonder blauwdruk of verdere agenda. “Er zijn nergens garanties”, gaat hij verder. “De mystieke ervaring kan zich vermengen met het rationele discours, maar je kunt haar ook gebruiken voor een rechtse politieke agenda.” Wat hij wel weet, is dit: wie werkelijk ervaart dat de aarde heilig is, zoals ook de medemens en de vreemde heilig zijn, is gevoeliger voor wat hun wordt aangedaan. Dat is niet hetzelfde als activisme. Maar het kan er wel de wortel van zijn.

Vandaar ook dat hij in zijn boek expliciet de verbinding heeft gelegd: wat we de aarde aandoen, doen we onze naasten aan. En omgekeerd. Die gedachte loopt als een stille lijn door het boek.

Hij noemt het geen geloofscrisis, maar een institutionele crisis. De theologie kon hij daarna een tijdlang niet meer verdragen. Hij kon de boeken niet lezen, de taal niet horen. Maar de mystiek bleef. Dat was de enige constante. Wie de geschriften van Johannes van het Kruis kent, herkent het patroon van de duistere nacht: het wegvallen van alles wat houvast gaf, terwijl er toch iets was wat bleef. Het verlangen zelf bleef.

Toch was het niet Thich Nhat Hanh die zijn zenleraar zou worden. Er speelde iets mee wat Tydeman eerlijk benoemt: voor hem was die man onbereikbaar, bijna te heilig, te vlekkeloos. De afstand werd er eerder groter op dan kleiner. En op een gegeven moment was hij ook gewoon klaar met de mindfulness en het ‘eeuwige’ tellen van de adem.

Nico Tydeman is mysticus, zenleraar en oprichter van het Zen Centrum Amsterdam. Zijn boek Het milieu. Een mystiek lichaam verscheen bij uitgeverij Asoka. De dichtbundel Broze Aarde van Antjie Krog (2020) is een uitgave van Podium.

Dit artikel is te lezen in Volzin magazine (editie 2026 #06). Het nummer is te bestellen via de VOLZIN webwinkel.

Geef een reactie