Marion Muller-Colard (1978) heeft zowat twintig titels op haar naam staan voor zowel volwassenen als kinderen. Van haar werk zijn Engelse, Duitse, Italiaanse en zelfs Turkse en Catalaanse vertalingen voorhanden. Tot nu toe is slechts één werk in het Nederlands beschikbaar: De andere God (2018).

Haar oeuvre omvat essays, romans en theaterstukken waarin ze thema’s als hoop, geloof en vertrouwen, verlies en eenzaamheid, incarnatie en moederschap indringend en toch met verrassende eenvoud verkent. Dat doet ze, expliciet of impliciet, vanuit haar persoonlijke weg als theologe, vrouw, echtgenote en moeder – een parcours waarlangs het meest intieme raakt aan het meest universele.

Muller-Colard debuteert in 2011 met Prunelle de mes yeux, een jeugdroman over een tienermeisje dat zwaar in de knoop ligt met haar overbeschermende moeder. In 2016 verschijnt Bouche cousue, over het taboe rond homoseksualiteit binnen een familie. In Le petit théâtre de Hannah Arendt (2014) maakt ze het denken van Arendt toegankelijk voor jongeren – een publiek dat ze koestert en dat ze bereikt met jeugdboeken en met workshops over filosofie en schrijven.

Mens van vlees en bloed

In 2012 publiceert Muller-Colard Détails d’évangile, een boekje waarin zij vanuit haar werk als ziekenhuispastor, met grote aandacht voor Jezus’ menselijkheid, stilstaat bij een twintigtal perikopen uit het evangelie. Vijf jaar later komt ze met Éclats d’évangile, een bundeling van commentaren op de liturgische zondagslezingen die ze gedurende drie jaar heeft geschreven voor het protestantse weekblad Réforme.

Ook daarin is haar typische stijl terug te vinden, haar oog voor detail en aandacht voor het concrete, geïncarneerde leven. Ze beschrijft Jezus als iemand die niet spreekt vanuit leerstellingen, maar die in ontmoetingen met anderen reageert als een mens van vlees en bloed.

Het onverhoopte

In de evangelieteksten waarin Maria een rol speelt, plaatst Muller-Colard Jezus’ moeder voor het voetlicht als vrouw en moeder. Dat doet ze eveneens in La vierge et moi, haar theaterstuk uit 2019 dat drie uiteenlopende vrouwelijke personages bijeenbrengt aan de voet van een Mariabeeld. Wat betekent het vrouw te zijn, een moeder te hebben of te zijn, te weten dat je moeder zult worden?

In haar interpretatie van de annunciatie vindt de theologe het alleszins logisch dat Maria de opdracht om de Zoon van God te baren, zou weigeren. Voor Maria komt de engel namelijk met een aankondiging die meer op een vloek lijkt dan op een zegen. Zij heeft er meer bij te verliezen dan te winnen. En toch omarmt ze haar opdracht: “Mij geschiede naar uw woord.” Alleen een diepgewortelde, in God verankerde hoop kan dat verklaren, meent Muller-Colard. Alleen zulke hoop geeft voldoende vertrouwen om de deur open te zetten voor het onverhoopte.

Openstaan voor het onverhoopte is niet per se de gemakkelijkste weg. Ook die gedachte pikt Muller-Colard meermaals op: geloof in God is niet een soort levensverzekering die het leven comfortabeler maakt en je behoedt voor de risico’s ervan. Dat godsbeeld wordt onderuitgehaald door het leven zelf.

Het is een thema dat ze al eerder grondig heeft verkend in haar proefschrift over het Bijbelboek Job (2006) en waar ze opnieuw op inhaakt in haar tweede essay, L’Autre Dieu (2014). Daarin geeft ze een uiterst persoonlijk getuigenis over de ingrijpende periode die ze als kersverse moeder beleefde toen haar zoontje een paar maanden na de geboorte levensbedreigend ziek werd. Na enkele onwezenlijke weken vol angst kroop hij door het oog van de naald. Uiteindelijk zou hij volledig genezen.

Maar tot haar eigen verrassing overheerste daarna bij haarzelf niet de euforie – integendeel. Ze belandde in een depressie, die ze bovenal beleefde als een intense spirituele strijd. “Ik heb tijd nodig gehad om in mijn diepste diepte te erkennen dat er hogerop geen enkel systeem bestaat dat het onheil van mijn zoon kon voorkomen of verklaren”, bekent ze. “Maar het is nog ingewikkelder: ik heb tijd nodig gehad om te erkennen dat ik voordien heb kunnen geloven dat iets me tegen dat soort van onheil beschermde.”

Ze komt steeds meer los van het type godsbeelden dat stevig verankerd is gebleven in heel wat religieuze systemen – beelden die God gevangenhouden in categorieën van recht en onrecht, straf en beloning, ondanks het feit dat Job daar eeuwen geleden al zo hevig tegen tekeerging. “In Job zoekt God de mens die om niets in Hem gelooft. (…) En aan het eind van de lange weg vindt Hij een mens die om alles in Hem gelooft.”

Dat is niet een geloof dat zich via catechese en geloofswaarheden laat overdragen. Wel een geloof dat gevoed wordt door de contemplatie van de schoonheid en vreugde van het bestaan, aldus Muller-Colard.

Moederschap

Het is evident dat ze het niet over oppervlakkige levensvreugde heeft. Jaren nadat ze als jonge moeder vreesde voor het leven van haar kind, komen de beangstigende, gecompliceerde kanten van het moederschap terug in haar romans Le jour où la Durance (2018) en Wanted Louise (2020). En daarna werd ze opnieuw van dichtbij met de dood geconfronteerd in haar persoonlijke leven, toen een dierbare vriendin aan kanker stierf, kort nadat ze het leven had geschonken aan een dochtertje: Jeanne.

Muller-Colard schrijft een brief aan het kleine meisje, die ze publiceert onder de titel La vie funambule (2023). Hoe kon haar moeder dansen op het slappe koord van leven baren, terwijl ze zelf de dood in de ogen keek?

De vraag die telt is ‘hoe’, niet ‘waarom’. De waarom-vraag is vermoeiend, houdt je gevangen in de keten van oorzaak en gevolg. De hoe-vraag geeft adem, initieert beweging, schept vrijheid: hoe zijn we in de wereld?

Loslaten

Twee jaar eerder heeft Muller-Colard in Les grandissants (2021) haar ‘spirituele lofzang op de adolescentie’ geschreven, een fase die Jeanne dus later zonder haar moeder zal moeten doorstaan. Het is die fase waarin normaal tussen ouder en kind een noodzakelijke breuk ontstaat: het leven dat bij de geboorte werd geschonken en ontvangen, wordt als het ware teruggenomen, eigen gemaakt, door zowel het kind als de ouder. Het is voor beide partijen een nieuw begin, een tweede (of derde) geboorte.

Een belangrijke inspiratiebron voor haar bespiegelingen over dit thema vindt Muller-Colard in de parabel van de verloren zoon. Ze focust op het vertrek van de zoon, niet op zijn terugkeer. De zoon vraagt zijn erfdeel, maar wat hij van zijn vader krijgt is de verantwoordelijkheid voor zijn eigen leven. In de Griekse tekst staat bios (Lucas 15,12), gewoonlijk vertaald als ‘vermogen’ of ‘bezit’, maar wat de vader onder zijn zonen verdeelt is ‘leven’. Het is de enige manier om echt volwassen te kunnen worden.

Dat moment van loslaten is zeker niet vrij van angst en zorgen dat het kind iets zal overkomen, maar misschien is het ergste wel dat hem letterlijk niets zal overkomen, merkt de theologe op. Nooit iets riskeren houdt een enorm risico in. Dat geldt niet alleen voor de relatie tussen ouder en kind, maar ook op maatschappelijk niveau, in een samenleving die sterk gericht is op veiligheid, zekerheid en comfort.

Het is een thema dat Muller-Colard ontrafelt in L’Intranquillité (2017), opnieuw een soort lofzang, maar dan op de rusteloosheid die de mens al overvalt in de wieg, afhankelijk van anderen in een nog totaal onbekende wereld. Het is duidelijk dat ze tot die groep van mensen behoort voor wie het bestaan ook daarna een voortdurende bron van rusteloosheid is, zonder dat als een probleem te ervaren. Het is veeleer een uiting van nieuwsgierigheid, stoutmoedigheid, van aanvaarden dat er grenzen zijn aan de mate waarin we controle kunnen hebben over ons leven.

In haar ogen zijn de meest rustelozen onder ons misschien wel juist diegenen die voortdurend alles ontlopen wat hun rust kan verstoren. Op dezelfde manier is volgens haar ook het geloof heus niet bedoeld om rust te verschaffen – iets wat ze gevat illustreert met een citaat uit Journal d’un curé de campagne: “De goede God heeft niet geschreven dat we de honing van de aarde zijn, wel het zout.” Met een knipoog naar Fernando Pessoa stelt ze: “Als er één boek is dat de titel Boek der rusteloosheid verdient, is dat het evangelie.”

Niet dat Muller-Colard zelf nooit de rust en de stilte opzoekt. Onder de titel Le plein silence publiceert ze in 2018 de notities die ze heeft gemaakt tijdens een achtdaagse ignatiaanse stilteretraite. Het is veruit het meest poëtische van wat ze tot nu toe heeft gepubliceerd.

Persoonlijk leven

De boeken van Muller-Colard ontstaan altijd vanuit gebeurtenissen en toevalligheden in haar persoonlijk leven. In 2016 begeeft ze zich met Le complexe d’Élie in het domein van samenleving en politiek na een ontmoeting met Jo Spiegel, een lokale politicus met wie ze bijna een jaar lang regelmatig gesprekken voert. Ze exploreert mogelijke wegen tot participatieve democratie, geïnspireerd door denkers als Hannah Arendt en Etty Hillesum en door de Bijbelse profeten, met Elia op kop, en de kabbalistische idee van Tsim-Tsoem.

In 2019 publiceert ze L’éternité, ainsi de suite vanuit haar fascinatie voor Le Christâne, een kleine sculptuur die de Zwitserse beeldhouwer Nikola Zaric kort voor zijn overlijden maakte in 2017. Het beeld is geïnspireerd op een spottende graffito die tussen de eerste en derde eeuw werd gekrast in een muur van het keizerlijk paleis in Rome: een voorstelling van de gekruisigde Jezus met de kop van een ezel.

In L’ordre des choses (2025) deelt Muller-Colard met het grote publiek haar overpeinzingen die ze in real time heeft neergeschreven tijdens het stervensproces van haar vader. Ten gevolge van een zware beroerte is hij maandenlang aan bed gekluisterd, nauwelijks in staat tot communiceren, maar met behoud van zijn gevoel voor humor. In haarzelf ontwaakt het vijfjarige meisje dat ze ooit was, angstig bij de gedachte dat haar papa op een dag zal sterven. Wat ze aan kennis omtrent het levenseinde heeft opgestoken in haar jaren als lid van het Nationaal Ethisch Raadgevend Comité, helpt haar nu niet vooruit. Ze voelt de grond onder haar voeten wegzakken. Voortdurend is er ambivalentie tussen hoop, verdriet, schuld, humor, verlangen, twijfel, leven en dood.

In het essay Croire, qu’est-ce que ça change? (2025), uitgegeven in een reeks vanLabor et Fides, buigt Muller-Colard zich over de vraag: geloven, wat verandert dat? Aanleiding en uitgangspunt is een sms van haar oudste zoon, inmiddels achttien jaar oud: “Hoe kun je nog angstig zijn terwijl je toch diepgelovig bent?” Indien geloven in God je leven niet gelukkiger, veiliger, beter maakt, wat verandert het dan wél? In vijf hoofdstukken biedt ze een antwoord in haar typische stijl, eenvoudig, poëtisch, beeldrijk en helder, met als slotboodschap: “Als de onzekerheid je beangstigt, is het altijd toegestaan om te geloven dat ze in jouw voordeel speelt. Want geloven verandert onzekerheid in mogelijkheid.”

Frederique Vanneuville studeerde Bijbelwetenschappen. Ze gaf les, had een staffunctie in de ouderenzorg en werkte als journalist voor Tertio. Momenteel is ze zelfstandig journalist/redacteur en uitvaartbegeleider.

Dit artikel is te lezen in Volzin magazine (editie 2026/06). Het nummer is te bestellen via de VOLZIN webwinkel.

Geef een reactie