
‘Heeft men behoefte aan iets groots, iets oneindigs, iets waar men God in zien kan, men hoeft het niet ver te zoeken.’ Dit schreef Vincent van Gogh in 1882 aan zijn broer Theo. Hij vond ‘iets groots, iets oneindigs’ in veel dingen. Hij zocht het aanvankelijk vooral in de godsdienst die hij thuis meekreeg. Hij zocht het in de Bijbel, in vrome gedichten en liederen, in De navolging van Christus van Thomas a Kempis. Waartoe riep dat grootse hem? Wat was zijn taak in het leven? Moest hij net als zijn grootvader en vader dominee worden, of evangelist? Hij probeerde het, maar mislukte. Wat hij niet in woorden kon uitdrukken, dat kon misschien wel in beelden worden opgeroepen. Zo werd hij kunstenaar, vijf jaar in Nederland en vijf jaar in Frankrijk.
Toch zou Van Gogh ook in woorden de betekenis van ons leven hier op aarde blijven vatten, telkens weer. Dat deed hij in zijn brieven, soms aarzelend, soms heel welsprekend. Wat hij wilde met zijn werk, verwoordde hij een jaar voor zijn dood in een brief aan Gauguin: ‘een kunst die troost biedt aan bedroefde harten’. Zo spreekt Van Gogh nog tot ons, over het leven in al zijn facetten. Over wat troost biedt, wat zin geeft aan dit bestaan, dwars door alle onheil en verdriet heen. En over dat grootse, over het mysterie waar hij steeds minder woorden voor kon vinden, maar wel kleur aan kon geven. Wat heeft hij ons dan te zeggen? Wat kunnen wij van hem leren?
De vele facetten van ‘Vincent van Gogh voor zinzoekers’ worden in twintig hoofdstukken belicht. Speciaal voor dit boek heb ik de artikelen die eerder verschenen in Volzin magazine intensief bewerkt en uitgebreid, en er tien nieuwe hoofdstukken bij geschreven. In elk hoofdstuk staat een kunstwerk centraal en citeer ik fragmenten uit zijn brieven. Ik wil met hedendaagse zinzoekers delen, in de eenvoudige taal waarin ook Van Gogh zelf schreef, wat we aan kostbare gedachten en beelden bij deze kunstenaar kunnen opvangen. Ik heb me geconcentreerd op zijn zoektocht en telkens heb ik me afgevraagd wat wij daarin kunnen herkennen. Hoe kan Van Gogh ons inspireren op onze eigen levensweg?
De jonge Vincent groeide op in een burgerlijk milieu waarin de christelijke religie toonaangevend was: de kerk als zinsverband. Maar na verschillende bittere ervaringen brak hij met zijn ouderlijk milieu en de kerk. Hij moest zelf zijn weg zien te vinden. Ik denk dat velen in onze huidige samenleving ook een dergelijke ervaring doormaken. Wij moeten als autonome individuen op eigen benen leren staan. Dat is verruimend, want het geeft ons meer speelruimte, maar ook beangstigend, want zinvol leven wordt soms wel erg een eenzaam avontuur.
Nu de grote verhalen aan zeggingskracht hebben verloren, zien we dat velen terugvallen op kleine verhalen: kleine, zinvolle ervaringen en levenstaken. We zoeken naar ‘zin in het alledaagse’, zoals Trouw-journalistPeter Henk Steenhuis dat noemt. Van Gogh had behoefte om dicht bij het leven van ‘gewone luitjes’ te zijn. Hij woonde samen met een vrouw van lichte zeden en tekende graag arme mensen, wevers en aardappeleters. Voor zover hij nog geloofde in zoiets als ‘God’, zag hij het meer in de levensstrijd van arme boertjes dan in de vermolmde kerkelijke traditie. Ook wij kunnen spiritualiteit ervaren als we geaard zijn, solidair met gewone mensen en andere schepselen die lijden en bedreigd worden. Tegelijk roept dit de vraag op naar een groter zinsverband dat ons kan uittillen boven onszelf.
Ook na zijn breuk met het kerkelijk klimaat van zijn familie bleef Van Gogh een mens met religieuze gevoeligheid, met een talent voor transcendentie. Dat kwam vooral tot uiting in zijn natuurbeleving. Hij hoopte dat hij de troost die hij zelf ervoer in de natuur, kon verbeelden in een geheel eigen natuurmystiek – schilderijen van bloemen, zaaiers en landschappen als ‘troost voor bedroefde harten’. Ook wij, hedendaagse zinzoekers, kunnen de natuur soms ervaren als een bron van zingeving die heel de kosmos doorstroomt.
Van Gogh worstelde al op jonge leeftijd met neerslachtigheid, wat nog eens versterkt werd door de vele mislukkingen in zijn leven. In de periode dat hij erg godsdienstig was, citeerde hij vaak een uitspraak van de apostel Paulus: ‘droevig, maar altijd blijde’. Zijn brieven en schilderijen zijn een voorbeeld voor ons, een inspiratiebron om ook op onze eigen levensweg verdriet en pijn te verduren en daarbij, ondanks alles, blijdschap en moed als dragende krachten te ervaren.
De kleuren van zijn schilderijen stralen des te helderder tegen de achtergrond van zijn tragische lot. De vitaliteit van zijn verfstreken, zijn soms haast dansende lijnen bevatten een muzikaliteit die je alleen maar blij kan stemmen. Zo kunnen Van Goghs leven en lot ons leren dat dit leven een mysterieuze mengeling is van ‘droevig, maar altijd blijde’.
Bestel het boek 'Een kunst die troost biedt aan bedroefde harten' via de VOLZIN webwinkel.
Van Gogh-lezing in Haarlem
Op zaterdag 24 oktober van 15.00 tot 16.30 uur geeft Kick Bras een lezing over zijn boek in het Verhalenhuis, Van Egmondstraat 7 in Haarlem. Hij vertelt over de missie van Van Gogh om ‘troost te bieden aan bedroefde harten’, aan de hand van beelden van diens schilderijen. Annelies Kole zal op de harp muzikale medewerking verlenen. Aanmelden en meer info: www.verhalenhuishaarlem.nl.
Kick Bras (1949) is emeritus predikant van de PKN en als onderzoeker gelieerd aan het Titus Brandsma Instituut in Nijmegen. Hij is getrouwd met Anke en heeft drie kinderen.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.