Nu de democratische rechtsorde wereldwijd wankelt, biedt het Grote Wij van ‘mensheid’ en ‘mensenrechten’ steeds minder een veilige haven. We verschansen ons elk in ons kleine wij. De Israëlische filosoof Omri Boehm roeit tegen die stroom in en houdt vol: Wat mensen menselijk maakt is niet hun particuliere identiteit, cultuur, sekse of traumatische geschiedenis, maar wel de vrijheid om de ander als een ding te beschouwen óf als mens. ‘Ben ik mijn broeders hoeder?’ vroeg Kaïn nadat hij Abel had gedood. Ja, zegt Omri Boehm, wij zíjn de hoeders van elkaars menselijkheid, ook al dragen we het teken van Kaïn op ons voorhoofd.