Halverwege het Johannesevangelie verschijnt opeens ‘de leerling van wie Jezus veel hield’ ten tonele. Die mysterieuze figuur krijgt een belangrijke rol. Hij staat op vertrouwelijke voet met Jezus, ontfermt zich onder het kruis over zijn moeder Maria en wint de wedloop met Petrus, als ze naar het open graf rennen. Wie is deze geliefde leerling die tevens de auteur van dit evangelie zou zijn?





