Rond Kerst 1942 schrijft Dietrich Bonhoeffer op de zolderkamer van zijn ouderlijk huis in Berlijn een essay over wat tien jaar verzet tegen Hitler voor hemzelf heeft betekend. Hij wil zijn gedachten met drie vertrouwelingen delen: Hans von Dohnanyi, Hans Oster en Eberhard Bethge. De eerste twee zijn spil in het complot tegen het nazi-regime, de laatste is zijn beste vriend. Hij heeft hen, naast zijn eigen werk in de samenzwering als informant en koerier, bijgestaan met raad en daad. Ze krijgen het bij wijze van kerstcadeau overhandigd.