Pratend over het donker vertelt Joke Hermsen dat er uren zijn waar nog een gouden randje van weemoed omheen zit, maar ook uren waarin dat ontbreekt – dat zijn de zwaarste. Dan voeren wanhoop en machteloosheid de boventoon: “In die uren ervaar ik geen kalmte en beheersing, maar raak ik rusteloos en zelfs overstuur; dat laatste heel letterlijk. Ik voel dan dat het roer waarmee ik naar lichtere contreien kan varen, mij uit handen is geslagen.”