
1. De kerk wil tegenwoordig vooral beschaafd praten en zo min mogelijk mensen voor het hoofd stoten met protesten en acties.
“‘Dé kerk’ bestaat niet. Die woorden kunnen in geestelijke zin natuurlijk verwijzen naar iets heel moois, bijvoorbeeld het beeld van de apostel Paulus die de kerk metaforisch beschrijft als ‘het lichaam van Christus’. Maar zelf spreek ik liever over diverse onderdelen binnen de christelijke gemeenschap. ‘De kerk’ is geen eenheid in praktische en fenomenologische zin. Je kunt niet zeggen dat ‘de Kerk niet wil dat vrouwen priester of predikant kunnen worden’.
Mijn gemeente, onderdeel dus van de kerk, heeft die kwestie allang achter zich gelaten na een tijd van wikken en wegen, met als uitkomst dat vrouwen en mannen in alle opzichten gelijkwaardig zijn. Dat geldt net zozeer voor homo’s en hetero’s en alle categorieën die je maar kunt bedenken. En dat is in de geest van diezelfde Paulus: ‘Er kan geen sprake meer zijn van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van man of vrouw, want in Christus Jezus bent u allen één.’ (Galaten 3:28)
Ja, er zijn kerken te over die de kerkelijke kool en de maatschappelijke geit nadrukkelijk willen sparen. De scherpe discussie in mijn eigen Protestantse Kerk Nederland over het gruwelijke geweld dat Israël over Gaza, de Westbank en Libanon uitstort, is er een voorbeeld van. In tal van orthodoxe en evangelische gemeenten kijkt men liever weg, of erger nog: meent men op basis van wat gehussel met Bijbelteksten te kunnen vaststellen dat er in het Midden-Oosten momenteel een goddelijk plan aan te uitrollen is. Vervelend al die doden, maar stil, wacht maar...”
2. Sommige kerken worstelen met het eigen koloniale verleden en kunnen daarom niet volledig gastheer zijn voor de gemarginaliseerden van nu.
“Dat zal zeker het geval zijn. Maar ook hier geldt: ik zie ook iets heel anders. Tal van kerken erkennen voluit dat ze medeschuldig zijn aan het onbeschrijfelijke leed dat mensen in vroeger tijden is aangedaan, door hen de vrijheid te benemen en tot slaaf te maken met het oog op economisch gewin. En ja, de kerken hadden tijd nodig om dat te beseffen en daarover schuld te belijden. Zo ook mijn eigen Westerkerk, waar een zichtbaar beeld van dat slavernijverleden op een van de orgelluiken staat. Maar sinds we dit diepdroevige thema eerlijk op tafel hebben gelegd, kan erover gesproken worden met iedere klas, studentengroep of wie ook maar onze kerk bezoekt. Er is ruimte voor reflectie over de rol van de kerk in het slavernijverleden. Met natuurlijk de daarbij behorende boodschap: wij zijn allemaal verantwoordelijk voor onze medemensen, en het meest voor degenen die onze helpende hand zo hard nodig hebben.”
3. Door de LHBTQI+-gemeenschap expliciet te zegenen, maak je een politiek statement. Een kerk die weigert deze mensen te zegenen, gebruikt heilige teksten niet als bron van leven, maar als wapen tegen de identiteit van de naaste.
“Het is geen politiek statement om mensen van hetzelfde geslacht te zegenen. Het is de overtuiging dat mensen gelijkwaardig aan elkaar zijn (en dat is wel even wat anders dan gelijk) en dat de liefde die voor de ander ervaren wordt zijn bron vindt in God. De ervaring leert, puur fenomenologisch, dat de Bijbel, de Koran of welk heilig boek dan kan worden gebruikt of misbruikt voor elke opvatting. Het apartheidsregime in Zuid-Afrika werd geleid door gereformeerde witte politici die hun gelijk in de Bijbel meenden te kunnen terugvinden. De rechts-radicale schurken in het Israëlische kabinet die openlijk het mens-zijn van de Palestijnen ontkennen, citeren feilloos teksten uit de Torah. Dominees in de zeventiende en achttiende eeuw preekten over ‘de vloek van Cham’ om de slavenhandel goed te praten. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Als enkel een tekst wordt geciteerd, losgemaakt van de Geest van liefde en licht, dan gaat het altijd fout. Maar dan ook altijd.”

4. De vriendelijke term noaberschap is onwerkbaar zolang kerken hun eigen blinde vlekken voor racisme niet volledig durven bloot te leggen.
“Deze stelling is een contradictio in terminis. Zodra een ‘blinde vlek’ gezien wordt, is hij niet blind meer, maar wordt gesignaleerd. Natuurlijk moeten uitingen van racisme, zoals ook nu weer ‘gewoon’ wordt in rechts-radicale kring, ontmaskerd worden als ‘zondig’ in de Bijbelse zin dat we daarmee ons diepste mens-zijn overboord zetten. In dit verband is noaberschap een ongekend groot goed: het is een kwestie van medemenselijkheid om elkaar de helpende hand toe te steken. Ja, ook als het gaat om die mens ‘van elders’ die nadrukkelijk om die helpende hand vraagt. ‘Heb uw naaste lief als uzelf’, zo vat Jezus de van God gegeven levenswoorden op. En je naaste, je noaber, dat is die mens om wie je niet gevraagd hebt, maar die eenvoudigweg op je levenspad komt.”
5. Het is moreel onverdedigbaar dat we in kerken bidden voor klimaatvrede, terwijl onze eigen levensstijl de bron is van wereldwijde ecologische oorlogsvoering.
“Ik kan hier een eind in meegaan. Ik heb het zelf al zo vaak expliciet genoemd in mijn preken en schrijverijen: onze westerse levensstijl is schandelijk, want die leidt tot de grootst mogelijke ellende op deze planeet. We hebben ons dus grondig te bezinnen op onze levensstijl. Ik begrijp bijvoorbeeld niet dat vliegen volstrekt gewoon is geworden. Vorig jaar hadden we nota bene op Bevrijdingsdag ook de Nederlandse Overshoot Day – de dag dat de aarde op basis van onze consumptie en productie door haar voorraden heen zou zijn. Ik ervaar dit als onze grootste bron van zorg. De wereldleiders van nu gaan zich te buiten aan ordinaire machtspolitiek. In plaats van het Klimaatakkoord van Parijs 2015 voortvarend en eenstemmig uit te voeren, zetten zij op ongekend grote schaal in op groteske bewapening, de derde wereldoorlog tegemoet.”
6. Het ‘dikke-ik’ van de moderne consument is een grote bedreiging voor de christelijke traditie: zelfverrijking heeft de plaats van de ziel ingenomen.
“In economische zin klopt dit als een bus. In persoonlijke zin geldt het nog steeds voor velen. Volgens Jezus is het moeilijker dat een kameel door het oog van een naald kruipt dan dat een rijke het Koninkrijk van God binnengaat. Dat is een heerlijke oosterse overdrijving van wat deze stelling ook bedoelt te zeggen. Maar ik zie ook een kentering, vooral bij jongvolwassenen: de ‘oude’ waarden van zorg voor mens en natuur, eerlijk delen, eenvoud en creativiteit worden weer opgediept en hervonden. En dat is zonder meer hoopvol. Op dinsdag 12 mei liep onze Westerkerk ’s avonds vol met driehonderd jonge mensen in het kader van een avond unplugged, om even los te komen van hun mobiele telefoon en alles waar die voor staat: haast, consumeren, elkaar niet meer echt ontmoeten. Het is een teken van deze tijd, zo’n succesvol initiatief als tegenbeweging.”
7. Het predikantschap, zeker in een wereldstad als Amsterdam, is meer een oefening in sociaal activisme geworden dan in het verkondigen van een metafysische waarheid.
“Ik zie of ervaar de tegenstelling niet. De christelijke boodschap verbindt het thema van zorgzaamheid, liefde en barmhartigheid met het concrete handelen. Volgens de afscheidswoorden van Jezus in de versie van Mattheüs worden we zelfs daarop geoordeeld. En dat vanuit een rechtstreekse identificatie van Jezus met de arme, naakte, gevangene, ontheemde. Als we – los van welk geloof dan ook! – een van zulke mensen bijstaan, dan staan we Jezus zelf bij, aldus deze fascinerende tekst (Mattheüs 25: 31-46). Overigens maak ik geen onderscheid tussen fysiek en metafysiek. Hooguit tussen zichtbaar en onzichtbaar, maar dat is wat anders. Ik heb aan het aloude lied ‘Op bergen en in dalen, ja overal is God’ een paar nieuwe coupletten toegevoegd, want ja, God is overal: ook in alle fysieke fenomenen en processen.”

8. Religieuze claims op de enige waarheid zijn irrelevant geworden; de enige geloofwaardige religie van vandaag is de gezamenlijke zorg voor wat kwetsbaar is.
“Was het maar irrelevant, dan had dat honderdduizenden doden gescheeld in de recente oorlogen. Maar ‘amen’ bij het tweede deel van deze stelling: elke religie die nu nog voorbijgaat aan de uiterst zorgelijk staat van het milieu, is geen godsdienst in de zin van dienst aan God, maar dienst aan de god-van-de-markt: alomtegenwoordig, alwetend, alomvattend. Ons vertrouwen wordt dan ook gemeten als ‘consumentenvertrouwen’. Met de suggestie: dat moet stijgen, want meer consumptie, want meer productie, want meer economische groei, want meer geluk, want meer vertrouwen – en dan is de cirkel van deze afgodendienst perfect rond.”
9. De kerk moet de komende jaren transformeren van bestuurlijke navelstaarderij naar een eerlijke en veilige herberg voor alle mensen.
“Ik snap deze stelling wel, want wat hebben we het druk met de kerk redden van haar krimp. En de ene list na de andere wordt uitgevent onder het nietszeggende kopje ‘kerkvernieuwing’. ‘Vernieuwd’, dat staat ook op de verpakking van het schuurmiddel Jif, maar het blijft gewoon een schuurmiddel. Maar als je er kritisch naar kijkt, dan zeg je eigenlijk: ik geloof niet meer in de kerk als mystieke representant van Christus. Mijn Amsterdamse kerk zette het zelfs in een beleidsplan: de wijkgemeente heeft haar langste tijd gehad, om vervolgens de financiële middelen te willen gaan aanwenden voor… tja, voor wat eigenlijk?
De metafoor van een veilige herberg voor iedereen is eerder aangedragen als een van de reddingsboeien voor de krimpende kerk. Maar die herberg moeten we dan weer zelf in elkaar knutselen en de vraag is wie de muziekkeuze bepaalt en achter de bar staat en de boel schoonhoudt. Een gezellige tent, warm en mooi. Maar voordat je het in de gaten hebt, ben je de diepste waarheid over de kerk vergeten, zoals Paulus dus al zei: de kerk als het levende lichaam van Christus. En dan praat je niet over een gezellige tent (niks mis mee op zich), maar over een verbondenheid van hart en ziel. Diepste goddelijkheid en menselijkheid zijn in elkaar vervlochten en van elkaar afhankelijk.”
10. Dus: de samenleving heeft uiteindelijk meer predikanten nodig!
“De samenleving heeft meer mensen nodig die diep in hun ziel de aloude waarheid onderkennen dat we alleen met God, en dus ook met elkaar, in verbinding kunnen komen door Woord en Geest. En omdat dat telkens weer vergeten wordt – bijvoorbeeld door de breed gedragen gedachte dat we de kerk zouden kunnen ‘redden’ van de ondergang door middel van ‘vernieuwende’, met managementtrucs aangestuurde beleidsplannen – zijn er mensen nodig die vanuit de schatrijke Bijbelse traditie ons de spiegel durven voor te houden, die de profetische analyse niet schuwen, die de vloer durven aan te vegen met quasi-religieuze griezelideologieën. En ja, die ook troost bieden en de hoop opdiepen op een morgen die beter zal worden dan vandaag. Mooi ambt hoor, dat van predikant!”
Herman Koetsveld (Naarden, 1959) is cultuurtheoloog, dichter en publicist. Hij was van 2021 tot zijn pensioen in 2026 als predikant verbonden aan de Westerkerk in Amsterdam. Samen met Enis Odaci schreef hij twee boeken over de interreligieuze ontmoeting: De zeven zuilen en Spiegelreis. Een moslim en een christen op reis door elkaars geloof.
Boekgegevens:
Herman Koetsveld, Woorddeler in dreigingstijd. Uitgeverij VOLZIN, 120 blz., € 17,50. Bestellen kan via de webwinkel.
Dit artikel is te lezen in Volzin magazine (editie 2026/05). Het nummer is te bestellen via de VOLZIN webwinkel.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.