EƩn van de lessen die we kunnen trekken uit de gebeurtenissen van deze tijd, is dat we niet rustig kunnen leven onder de zon van onze beschaving terwijl we weten dat de mens het gevaarlijkste schepsel is van allemaal. We voelen hoe ieder moment van onze beschaving geladen is met een spanning, als het moment tussen bliksem en donder. De mens is niet veel verder gekomen vanaf de oever van de chaos. Er was maar ƩƩn storm voor nodig om hem terug te werpen in het duister. Als cultuur wil overleven heeft het een verdedigingswal nodig langs de hele kust. Een uitzinnige oproep tot chaos schreeuwt in ons bloed. Velen van ons zijn hiervoor te gevoelig om die blijvend te ontkennen. Waar is de kracht te vinden die het effect van die lokroep zou kunnen weerstaan? Hoe houden we die demonische krachten onder controle?

Voor die beslissing staan we: is ons leven gericht op het najagen van plezier of is er een bereidheid tot dienstverlening? De wereld kan geen lege ruimte blijven. Als we die niet tot een altaar voor God maken, wordt die bezeten door demonen. Dit is niet een tijd om neutraal te blijven. Wij Joden mogen niet afstandelijk of onverschillig zijn. Ook wij zijn óf vrije dienaren van het heilige óf slaven van het kwaad. De enige beveiliging tegen constante dreiging is constante waakzaamheid, constante begeleiding. Zo een begeleiding krijgt iemand die leeft in de werkelijkheid van Israël. Het is een netwerk waarin menselijke relaties berusten op twee basisconcepten: het concept van mensenrechten en het concept van menselijke verplichtingen. In de huidige crisis hebben we geleerd dat het besef van onze rechten vervaagt als ons plichtsbesef afneemt; dat onze plichten ketenen worden als we datgene opgeven waar we met recht aanspraak op maken. Er is een grenzeloos levensterrein dat, als we dat niet willen verstikken, niet onder de controle van ethiek of jurisprudentie geplaatst kan worden. Dat terrein te beheersen, niet om het te beteugelen maar om er vorm aan te geven, is een grote opdracht voor bewust levende mensen.

Geheel

Het leven kun je niet in stukjes verdelen. Het dient beschouwd te worden in zijn geheel. Leven is circulair; de elementen van de geest die erdoor worden opgenomen, worden verteerd en verbrand. Goede manieren of gedragsregels lossen het probleem niet op. Het leven heeft een alomvattende betekenisvolle vorm nodig die direct of indirect invloed heeft op ieder aspect ervan. Zwakke mensen verzetten zich tegen zo’n idee en bestempelen het als tirannie. Maar de bedachtzame mens zal zich niet laten intimideren door schijnbaar ongemak. Het jodendom heeft geprobeerd het menselijk bestaan te situeren in een netwerk van betekenissen, om onze losse activiteiten in een geheel te integreren. Door een systeem van rituelen, gebruiken en zegenspreuken moet de mens het lot elimineren en de zinloosheid uit zijn leven verdrijven.

Het is in het kleine dat het grote werkelijkheid wordt. Het is door de week dat de sjabbat wordt weerspiegeld. De Tora heeft IsraĆ«l geen tirannie van de geest opgelegd. De Tora doet de menselijke natuur geen geweld aan. Integendeel, de weg naar het heilige gaat via het seculiere. Het geestelijke rust op het lichamelijke zoals ā€˜de Geest die zweeft over het aanschijn van de wateren’ (Gen. 1: 2). Joods leven betekent leven volgens een systeem van controle en evenwicht. Er wordt niets van ons gevraagd waaraan we niet zouden kunnen voldoen. Er wordt ons niet verteld: heb je vijand lief, maar: haat je vijand niet, en positief: ā€˜Als je op de os of ezel van je vijand stuit die verdwaald is, moet je die zeker naar hem terugbrengen!’ (Ex. 23:4). Hoewel onze dierlijke natuur niet vereerd wordt, ontbreekt de erkenning van diens rechten en rol nooit. Het jodendom verguist het lichamelijke niet, maar leert omgekeerd: ā€œVerberg jezelf niet voor je eigen vlees.ā€

Onze voorouders wisten hoe ze voor het verst verwijderde konden zorgen in het meest nabije. Zij wisten dat het vergankelijke een weerspiegeling is van het blijvende, dat tafels in onze bescheiden huizen gewijde altaren konden worden, dat een enkele daad van een enkele persoon het lot van de gehele mensheid kan beslissen. Ze hielden niet van het ruwe, het grove en lukrake, ze probeerden een metafysische waardigheid toe te kennen aan hun daden. Niet alleen feestdagen, niet alleen de sjabbat, zelfs hun weekdagen hadden een vorm. Alles was gericht op een zekere stijl. Ieder detail van het leven had zijn eigen voorkomen, zijn persoonlijk stempel.

Geboden

Je kunt God dienen met het lichaam, zelfs met je passies; je dient alleen te onderscheiden tussen het stof en het goud. Deze wereld krijgt kleur door slechts een snuifje van de andere wereld ermee te vermengen. Zonder edelmoedigheid van de geest is het vlees vol duisternis. Waarom zouden Joden zich houden aan bijzondere levensvormen die worden voorgeschreven door Tora en Traditie? Voor hen die naar oorspronkelijke redenen zoeken, verloren en vergeten in de routine van eeuwen, worden de geboden betekenisvol zodra zij verbonden worden met een redelijk doel, met iets van kennis. Anderen laten alle verklaringen achter zich en struikelen nooit over waar het verstand niet bij kan. Voor hen zijn de geboden kostbaar, omdat ze verbonden zijn met het onbekende. Inderdaad, ieder argument dat je naar voren kunt brengen om een gebod uit te voeren, verwijst slechts naar ƩƩn van de kanten daarvan, meer verhullend dan beschrijvend. Te zeggen dat de geboden betekenis hebben is minder precies dan te zeggen dat zij bronnen zijn van ontluikende betekenis.

De geboden rechtvaardigen door te wijzen op de hulp die zij bieden bij een dieet, hygiĆ«ne of bij het genieten van schoonheid, biedt ons slechts een glimp van de weerspiegeling van hun licht. Zij zijn geschonken als ongebroken stralen van unieke waarden, niet verkregen uit andere bronnen. De mitswot (geboden) zijn vol verborgen glans van het heilige. Wat buiten beeld valt, vat plotseling vlam in ons denken. Voor buitenstaanders lijken de geboden hiĆ«rogliefen, donker, absurd, levenloze koorden. Voor wie er niet op uit zijn te delen in dat wat ongekend is en boven ons uitstijgt, wordt het leven naar de geboden somber, vervelend en routineus. Terwijl voor hen die hun leven willen vastknopen aan het eeuwige, de geboden een kunst vormen, aangenaam, expressief, vol van gecondenseerde betekenis. ā€œUw inzettingen zijn mijn muziekā€, zegt de psalmist (Ps. 119:54). Geen argumenten kunnen de bijzondere smaak van de geboden beschrijven. Wat ellendig is en in ontstellende nood verkeert, wordt zacht en betoverend, alsof we een beetje van het transcendente opsnuiven.

Het jodendom is zowel een zekerheid als een aandrang. Het is de zekerheid dat een mens het goede in zijn leven kan verwerkelijken, dat de relatie van een mens tot het transcendente tegelijk onmiddellijk en durend kan zijn. Het vertelt ons dat rechtvaardigheid gerealiseerd kan worden en dat de weg naar integriteit open is. ā€˜Want dit gebod dat ik je heden gebied is niet boven je macht, en niet te ver weg… nee, het woord is zeer dicht bij je in je mond en in je hart om het te doen.’ (Deut. 30:11-14). ā€˜Er is je verteld o mens wat het goede is’ (Micha 6:8). Het jodendom dringt er bij iedere Jood op aan aandacht te schenken aan de aanwezigheid van het oneindige. Het opent zijn ogen voor de overvloedige mogelijkheden om het goede te creĆ«ren, op de verlossende krachten in de mitwot (geboden).

De enige beveiliging tegen constante dreiging is constante waakzaamheid, constante begeleiding.

A.J. Heschel

De idee van een gebod houdt de aandacht van een Jood vast. Een analyse van het gebruik van de term mitswa (gebod) in zowel het Hebreeuws als het Jiddisch en de zinnen waarin die term verschijnt, ontsluiten een universele en meervoudige betekenis. Voor de geest van een Jood is de idee van de mitswa werkelijker dan de idee van de avera (overtreding). De term mitswa is een van de meest gebruikte woorden in zijn vocabulaire, veel meer dan de idee van avera. Sterker dan ons geloof in oorspronkelijke erfzonde is ons geloof in oorspronkelijke onschuld. In christelijke verhalen worden de termen precies omgekeerd gebruikt en gewaardeerd. In feite bestaat er geen goed equivalent voor mitswa in westerse talen. Bovendien is de term ā€˜zonde’ verbonden geraakt met iets blijvends; een betekenis die vreemd is aan avera, die veelal ā€˜een doel missen’ betekent.

Verbonden met God

Door pure nauwgezetheid in het naleven van de Tora, kan men de Ene Levende uit het oog verliezen. Wat kan het doel van naleven anders zijn dan gevoelig te worden voor de Geest, voor de geestkracht in zichzelf en in alle dingen? De mens is niet louter een weerspiegeling van het Hogere; hij is een bron van licht. Als hij zich vrijmaakt van de schillen, kan zijn innerlijke straling de wereld verlichten. God heeft iets van Zichzelf in hem ingebracht, daarom is het zo belangrijk wat de mens doet met zijn of haar leven.

A.J. Heschel

Heel direct voelen Joden dat de wereld niet verlost is, dat de huidige stand van zaken verschrikkelijk is. Er bestaat geen angst in het jodendom voor persoonlijke redding. Wat telt is universele verlossing. De opdracht is belangrijk. Niet wie die uitvoert. Als er een situatie ontstaat waarin jij of ik een mitswa kan doen, dan laat ik jou die doen. Als er een situatie ontstaat waarin jij of ik gedwongen zou worden een avera te begaan, dan moet ik die begaan. Toen de Maggid van Mezritz (rabbi Dov Ber van Mezritz, ca. 1700-1772, leerling van de Baal Sjem Tov was een groot verteller - maggid) een stem van elders hoorde die hem zei dat hij zijn aandeel niet zou krijgen in de komende wereld omdat hij een hemelse beslissing durfde te betwisten, was hij zeer verheugd. Want nu wist hij zeker dat hij ā€˜omwille van de hemel’ zou dienen. ā€œBeter is ƩƩn uur van omkeer en goede daden in deze wereld dan je gehele leven in de komende wereld.ā€

Israƫl hoorde niet alleen de stem. Israƫl werd die stem. Een unieke relatie met het goddelijke werd in het leven geroepen. In plaats van een religieuze ervaring waarin er scheiding bestaat tussen de waarnemende mens en het waargenomen Opperwezen, tussen subject en object werd verwevenheid van het goddelijke en menselijke ontdekt. De toegewijde Jood weet dat hij in het doen van de mitswot met God verbonden is. Hij voelt dat zijn vertrouwen God in actie is. Want wat is geloven anders dan het zaad van het goddelijke gezaaid in onze zielen? Een zaadje dat moet rijpen om vrucht te dragen. De Jood realiseert zich dat zijn geven ontvangen is, zijn bidden inspiratie, zijn vraag een gave; zijn spreken tot God het spreken van God tot hem is.

Het jodendom is wars van generalisaties. Zij is geneigd ideeƫn om te zetten in werkelijkheid, metafysische inzichten te duiden als patronen voor actie, om de meest hoge principes invloed te laten hebben op ons dagelijks leven. In die traditie wordt het vage helder, het abstract concreet en het absolute historisch. Wat zijn gebeurtenissen die ons een besef van God geven? We verwerven dat bewustzijn niet met een aanval van het verstand op de raadsels van het universum, of in de overgave van het verstand en het wachten op leiding. De joodse vorm van religieuze ervaring geschiedt altijd door handelingen, in het doen van een gebod, in het inbrengen van spirituele kwaliteit in de dingen die we doen.

Voor meer informatie over A.J. Heschel: lees het interview met Bas van den Berg in het septembernummer van Volzin magazine.

Geef een reactie