Na een lange reis rijdt mijn trein het station Gent-Sint-Pieters binnen. Ik pak mijn tas en loop de stationshal in, benieuwd naar de man die ik ga ontmoeten: Jean Paul Van Bendegem, in België een bekende publieke intellectueel en schrijver. Nog voor er één woord is gewisseld, valt mij het eerste beeld op: Van Bendegem staat aan de rand van de mensenstroom, alsof hij niet zozeer wacht als wel kijkt naar wat zich voor hem afspeelt. De georganiseerde chaos van het station lijkt hem eerder te amuseren dan te irriteren. Zijn kleding – altijd zwart en wit – is routine: minder kiezen is meer tijd om te denken. Terwijl ik naar hem toe loop vraag ik me af of dit hem typeert: iemand die zich niet buiten de wereld plaatst, maar er net naast gaat staan om haar beter te kunnen zien.