Van Gogh vond eigenlijk dat hij, als moderne kunstenaar, geen religieuze kunst moest maken. Maar toen hij in de psychiatrische inrichting een tijd niet naar buiten mocht om in de natuur te schilderen, begon hij zwart-wit prenten van werken van Millet, Rembrandt en Delacroix te kopiëren. Door zijn kleurgebruik en penseelvoering maakte hij er echt iets eigens van. Zo maakte hij dit schilderij naar een Piëta van Delacroix.