Een rabiaat wij-zij-denkertje, zo noemt Loobuyck de mens. Vervolgens diept hij de positieve effecten en de valkuilen van die eigenschap uit. Maar waar het hem echt om gaat, is de aartsmoeilijke oefening om mensen met een tegengestelde, ja zelfs verwerpelijke mening als gelijkwaardige gesprekspartners te bejegenen.